Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en besluiten.
Origineel
Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en besluiten. 6 mei 1942 (getypt), met handgeschreven afhandeling tot 18 mei 1942. [Getypte tekst]
Nº 77/33/2 M. 1942 26/5
RAPPORT.
In aansluiting op het rapport van contrôleur Reijinga d.d. 23 April 1942 contra kooper Jacobus Kil, meld ik, ondergeteekende, U, hetgeen mij bij onderzoek is gebleken.
Blijkens de administratie van de Combinatie van grossiers in aardappelen is op het aardappelboekje van kooper Kil op 21 April 1942 afgegeven door grossier L. Hoogesteger bon No. 110605 voor vijftien hectoliter zandaardappelen, ter waarde van ƒ 56,40. Op dezen zelfden datum is nadien op ditzelfde boekje van Kil door grossier G.H. Kunst eveneens een bon No. 111627 voor 15 hl. zandaardappelen afgegeven. Ook voor dezen bon is ƒ 56,40 betaald.
Hoogesteger noch Kunst kon mij met zekerheid verklaren, dat Kil zelf deze bonnen in ontvangst zou hebben genomen. Hoogesteger verklaarde voorts, dat zijn stempel waarschijnlijk, gezien de kenteekenen in het boekje van Kil, was verwijderd. Hij kon zich althans niet herinneren, dat hij het boekje niet zou hebben afgestempeld. Voorts is mij bij onderzoek gebleken, dat bon No. 110605 wel, doch bon No. 111627 tot nu toe nog niet is ingeleverd en op laatstgenoemde bon dus nog geen afgifte van aardappelen heeft plaats gehad. Wel zijn beide bonnen betaald. Vervolgens heb ik, rapporteur, nog gehoord: J.J. Wehmann, personeel van Kil, die mij verklaarde, dat op 21 April door een hem onbekende kruier 15 mud aardappelen waren bezorgd aan de zaak van Kil. Kil was op het moment, dat deze aardappelen werden bezorgd, niet in de zaak aanwezig.
Kil blijft volharden bij zijn verklaring, niets af te weten van het feit, dat op zijn boekje op 21 April jl. twee maal een bon voor 15 hl. aardappelen is afgegeven.
Amsterdam, 6 Mei 1942,
De Contrôleur,
[Signatuur: Felthuis]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen,
[Handgeschreven aantekeningen]
(Linksboven/midden):
Boekje terug naar H. Moerse [Signatuur]
(Midden links):
M.i. Kil oproepen bij Directie! Verhaal is al te onwaarschijnlijk. De onbekende kruier!! In elk geval zouden tegen Kil adm. maatregelen zijn te nemen.
[Onleesbare signatuur]
(Rechtsonder de getypte tekst):
Verklaringen Kil en Wehmann m.i. niet aannemelijk.
(Rechts midden):
kopie verstrekt aan den heer Kapt. Bonekamp Pol. Bureau Adm. de Ruyterweg volgens met dezen gemaakte afspraak. 7 Mei 42. [Initialen]
(Helemaal onderaan):
Volgens Heer Bonekamp is geen grond voor een strafrechtelijke vervolging. 16/5-42 [Signatuur]
Afgedaan [Signatuur] 18/5 Dit document is een proces-verbaal of ambtelijk rapport over een vermoedelijke fraude met aardappelbonnen tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is dat op het distributieboekje van Jacobus Kil op één dag (21 april 1942) twee bonnen voor elk 15 hectoliter aardappelen zijn afgestempeld door twee verschillende grossiers.
Belangrijke observaties:
1. Modus Operandi: Er wordt gesuggereerd dat een stempel van een eerdere transactie mogelijk is verwijderd om het boekje opnieuw te kunnen gebruiken voor een tweede bestelling op dezelfde dag.
2. Verdediging: Kil claimt van niets te weten. Zijn personeelslid Wehmann voert een "onbekende kruier" op die de aardappelen kwam brengen terwijl Kil afwezig was—een verklaring die door de controleurs als zeer ongeloofwaardig ("al te onwaarschijnlijk") wordt beschouwd.
3. Resultaat: Hoewel de controleurs en de directie van het Marktwezen overtuigd lijken van kwade opzet, concludeert Kapitein Bonekamp van de politie dat er onvoldoende wettig bewijs is voor strafrechtelijke vervolging. De zaak wordt daarom "administratief" afgedaan, wat vaak inhield dat de betrokkene een boete kreeg of tijdelijk werd uitgesloten van toewijzingen. Het document dateert uit mei 1942, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel steeds strenger werd gecontroleerd. De "Combinatie van grossiers in aardappelen" werkte nauw samen met het "Marktwezen" om de schaarse voorraden te verdelen.
Aardappelen waren het basisvoedsel, en fraude met bonnen werd gezien als een ernstig economisch delict omdat het de voedselvoorziening in gevaar bracht. De genoemde "zandaardappelen" (aardappelen geteeld op zandgrond) waren een specifiek producttype in de handel. De verwijzing naar het politiebureau aan de Admiraal de Ruijterweg duidt erop dat dit onderzoek zich afspeelde in Amsterdam-West. De spanning tussen de administratieve controleurs (die sancties wilden) en de politie (die naar de strafrechtelijke bewijslast keek) is in de kantlijnnotities duidelijk zichtbaar. Jacobus Kil (verdachte koper) Reijinga (contrôleur) L. Hoogesteger (grossier) G.H. Kunst (grossier) J.J. Wehmann (personeel Kil) Kapt. Bonekamp (politie) Felthuis (rapporteur/contrôleur).