Tweede bladzijde van een officiële brief.
Origineel
Tweede bladzijde van een officiële brief. 22 mei 1942. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No. 77/37/8 M. d.d. 22 Mei 1942 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van
het Marktwezen.
ren tijd van de Centrale Markt worden geweerd.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te
willen bevorderen, dat ingevolge het bepaalde in het tweede
lid van bovenaangehaald artikel genoemde personen door den
Burgemeester worden gestraft met ontneming van het recht van
toegang tot de Centrale Markt voor onbepaalden tijd, zulks
met ingang van 29 Mei a.s.
De betreffende personen hebben zich niet eerder aan
eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.
De Directeur, Deze pagina vormt het slot van een correspondentie waarin de Directeur van het Marktwezen adviseert over een tuchtmaatregel. Het verzoek is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, met de intentie dat de Burgemeester een officiële straf oplegt.
De kern van het document is het voorstel om niet nader genoemde personen (waarschijnlijk vermeld op de eerste pagina van de brief) voor onbepaalde tijd de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. Opvallend is de vermelding dat de betrokkenen geen eerdere overtredingen hebben begaan ("niet eerder aan eenig strafbaar feit [...] schuldig gemaakt"). Dit suggereert dat het huidige feit, hoewel een eerste overtreding, als ernstig genoeg werd beschouwd om een directe verbanning van de markt te rechtvaardigen. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde zaak. De "Centrale Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) was het hart van de distributie van levensmiddelen.
Vanwege de schaarste en de invoering van het distributiestelsel (bonnen) was er een grote vrees voor de zwarte handel. De autoriteiten traden hard op tegen overtredingen van de marktregels om de controle over de voedselstroom te behouden. Een ontzegging van de toegang tot de markt was een zware sanctie, zeker voor handelaren, omdat het hun bron van inkomsten en hun positie in de distributieketen direct wegnam. De formele toon en de hiërarchische weg (Directeur -> Wethouder -> Burgemeester) illustreren de bureaucratische controle die in oorlogstijd op de voedselvoorziening werd uitgeoefend.