Zakelijke brief / Circulaire
Origineel
Zakelijke brief / Circulaire 29 augustus 1942 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Afdeling Conserveering De Veilingen NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE.
Laan Copes v. Cattenburch 62.
AFD.CONSERVEERING.
Dict.St.- Typ.JH.-
No. 387/'42.
Toestel 24.
Rb.V.V.O.
AAN DE VEILINGEN.
's-Gravenhage, 29 Augustus 1942.
Betr: Regeling fabrieks-pruimen voor de industrie.
Mijne Heeren,
In aansluiting op onze circulaire van 25 Augustus 1942, no. 379/'42, deelen wij U mede, dat met ingang van Maandag 31 Augustus 1942 de volgende wijziging in de 3de alinea van genoemde circulaire wordt aangebracht:
De veilingen moeten, behalve alle op hun veilingen aangevoerde C-pruimen van de groepen I en II en den geheelen aanvoer van groep III, ook alle Reine Victoria's, B kwaliteit, uit groep II ter beschikking van de industrie stellen. Verder blijft de regeling van de pruimen gehandhaafd, zooals in eerstgenoemde circulaire is aangegeven.
Wij verzoeken U van het bovenstaande goede nota te nemen en voor de uitvoering hiervan zorg te dragen.
Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekeningen]
(A) 19026 - '41 - K 983 Deze brief is een officiële mededeling van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) aan de Nederlandse veilingen. De kern van de boodschap is een wijziging in de regelgeving omtrent de bestemming van pruimen. Specifiek wordt bepaald dat naast bepaalde 'C-pruimen', nu ook 'Reine Victoria's' van B-kwaliteit uit groep II verplicht beschikbaar moeten worden gesteld voor de verwerkende industrie (conserveerindustrie). De brief is formeel en directief van toon, wat passend is voor een overkoepelend controle-orgaan. Het document dateert van augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een door de bezetter ingestelde organisatie die de productie en distributie van groenten en fruit centraal aanstuurde.
In deze periode was er sprake van een geleide economie en schaarste. De overheid (onder toezicht van de Duitsers) bepaalde wie welk product kreeg. Door bepaalde kwaliteiten fruit verplicht naar de industrie te dirigeren, kon men de voedselvoorziening beter beheersen via conserven, wat essentieel was voor zowel de burgerbevolking (rantsoenering) als voor de bevoorrading van het leger. Het gebruik van specifieke groepen en kwaliteitsklassen (Groep I, II, III; kwaliteit B, C) toont de vergaande bureaucratisering en regulering van de landbouwsector tijdens de oorlogsjaren aan.