Archiefdocument
Origineel
8 september 1942 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale De Veilingen NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
ni [handtekening]
PER EXPRESSE.
AAN DE VEILINGEN.
Afd.: CONSERVEERING.
Dict.: St. Typ.: CW.
No.: 410/'42.
Toestel: 24
[Stempels:]
No 105/95/3
M. 1042 9/9
's-Gravenhage, 8 September 1942.
Betr.: Regeling fabriekspruimen voor de industrie.
In aansluiting op onze circulaires van 25 Augustus 1942 nr: 379/'42 en van 29 Augustus 1942 nr: 387/'42 deelen wij U mede, dat met ingang van Woensdag 9 September a.s. de volgende wijziging in de regeling moet worden aangebracht.
Met ingang van genoemden datum moet van de groepen I en II, A sorteering 40% voor de vriezerijen worden geblokkeerd; voor de verdeeling zal onze afdeeling Conserveering dagelijks zorgdragen. Hiervoor dient U ons telefonisch een dag van te voren den getaxeerden aanvoer op te geven.
Van dien datum af behoeven geen B uit groep II en A B pruimen van groep III meer voor de fabrieken te worden geblokkeerd, zoodat deze voor directe consumptie kunnen worden verkocht.
Voor de industrie moeten dus alleen de C pruimen en alle Tonnebours beschikbaar worden gesteld.
Wij vertrouwen dat U van het bovenstaande goede nota zult nemen en voor de uitvoering hiervan zult zorgdragen.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- & FRUITCENTRALE:
[Handtekening 1] [Handtekening 2]
P.S.: Peren.
In onze prijzencirculaire van 4 September'42 nr: 405 staat vermeld: "De peren van de B kwaliteit moeten van Dinsdag a.s. af weer geheel aan de kwaliteitseischen voldoen".
Hiervoor moet gelezen worden: "De peren welke niet aan de maat van de b kwaliteit voldoen, moeten met ingang van Dinsdag als kroetperen ter beschikking van de fabriek worden gesteld."
Onze vorige mededeelingen dat kroetperen, met een minimum-maat van 35 mm. en op, welke aan de eischen van de B klasse voldoen, voor consumptie kunnen worden geveild, komen hiermede te vervallen.
[Stempel linksonder:]
R.V.V.O. - K 983
21976 - '42 Dit document is een officiële circulaire van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, een orgaan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog belast was met de centrale sturing van de handel in groenten en fruit. De tekst heeft een dwingend, bureaucratisch karakter, wat blijkt uit termen als "geblokkeerd", "moeten worden aangebracht" en "ter beschikking worden gesteld".
De kern van de brief is de bijsturing van de bestemming van de oogst:
1. Pruimen: Er wordt een quotum van 40% ingesteld voor de diepvriesindustrie voor specifieke kwaliteitsklassen (Groep I en II, A-sortering). Andere kwaliteiten worden juist vrijgegeven voor "directe consumptie", wat wijst op een poging om de balans tussen de verwerkende industrie en de publieke voedselvoorziening strikt te beheren.
2. Peren: De definitie van "kroetperen" (kleine peren van mindere kwaliteit, vaak gebruikt voor de productie van stroop of sap) wordt aangescherpt. Waar ze eerder nog voor directe consumptie verkocht mochten worden mits ze aan bepaalde eisen voldeden, worden ze nu volledig gereserveerd voor de industrie. Het document dateert van september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening volledig gecentraliseerd en onderworpen aan de regels van de distributie en de oorlogseconomie. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale werkte nauw samen met het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.
Tijdens de bezetting was er een voortdurende spanning tussen de behoefte om de Nederlandse bevolking te voeden, de eisen van de Duitse bezetter (die grote hoeveelheden voedsel naar Duitsland liet transporteren) en de behoeften van de verwerkende industrie. Het blokkeren van partijen fruit voor "vriezerijen" of fabrieken was een methode om schaarse grondstoffen te reserveren voor langdurige opslag of industriële verwerking, in plaats van ze direct op de markt te laten komen. De genoemde "Tonnebours" is een oud pruimenras dat destijds veelvuldig voor verwerking werd gebruikt. De precieze voorschriften over millimeters bij de peren illustreren de vergaande bemoeienis van de overheid met de kleinste details van de landbouwproductie in oorlogstijd.