Officiële circulaire (brief) van een centrale overheidsinstantie.
Origineel
Officiële circulaire (brief) van een centrale overheidsinstantie. 23 december 1942. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
No 105/96/29 M. 1942 24/12
D I R E C T I E .
Dict.Dr./AKl.
No. 581/'42
Rb.V.V.O.
AAN DE GEADRESSEERDE
VEILINGSVEREENIGING.
=====================
's-Gravenhage, 23 December 1 9 4 2 .
Betreft : prijzen, verdeeling van den aanvoer enz.
Hierdoor deelen wij U mede, dat onze circulaire No. 574/'42 dd. 18 December 1942, behoudens het volgende, gehandhaafd blijft.
Glaskoolrabi.
Na 24 December komt glaskoolrabi (met lof) sorteering III (van 2 - 4 cm. Ø) niet meer voor export in aanmerking.
Witte kool.
Met ingang van 24 December zijn de percentages van de verdeeling van den aanvoer voor het product witte kool als volgt vastgesteld :
export 40 %
binnenland (industrie 45 %
(versch 15 %
Uien.
Natte uien, overigens voldoende aan de kwaliteitseischen gesteld voor A & B., kunnen worden geleverd voor de drogerijen tegen den voor "B" uien geldenden prijs, zijnde f. 5.70 per 100 kg.
Appelen.
Voor de ter veiling aangevoerde appelen geldt de volgende afzetregeling. Appelen van de kwaliteit IA en A. in de groepen I t/m. V. moeten voor 100 % verladen worden voor export. Hieronder vallen dus ook alle appelen die door telers en pachters moeten worden geveild. Alle appelen behoorende tot de "B" kwaliteit, tot val-, stip- of stekappelen moeten aan de industrie geleverd worden en ter verlading opgegeven aan den fabrikantleider.
De veilingen dienen den aanvoer van appelen zoodanig te combineeren, dat verlading voor export en industrie mogelijk wordt.
Stipappelen van de sorteering IA en A uit de groepen I t/m.V moeten als "B" worden geveild tegen den voor deze appelen vastgestelden prijs, terwijl de maximumprijs van de stipappelen uit de "B" sorteering, alsmede van de stekappelen, f. 7.- per 100 kg. bedraagt.
Levering van appelen op Wehrmachtbezugscheine kan geschieden voorzoover de aanvoer zulks mogelijk maakt. Heeft men kleine partijen over, die niet voor export te plaatsen zijn en waarvoor geen Bezugscheine aanwezig zijn, dan moeten deze aan onze Centrale gemeld worden, opdat wij den verderen afzet regelen.
Zonder onze uitdrukkelijke toestemming mogen door de veilingen geen appelen geleverd worden aan den binnenlandschen handel.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
[Handtekening] Het document is een dwingende richtlijn van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) gericht aan veilingen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De tekst is zakelijk en bureaucratisch van toon.
Kernpunten in het document:
* Strakke regie: De NGFC bepaalt tot op het kleinste detail (zoals de diameter van koolrabi) wat de bestemming van producten is.
* Exportprioriteit: De focus ligt zwaar op export, wat in de context van 1942 bijna uitsluitend levering aan Duitsland betekende. Vooral kwaliteitsappelen (IA en A) moesten voor 100% geëxporteerd worden.
* Industriële verwerking: Producten van mindere kwaliteit (zoals natte uien of 'stipappelen') worden gedirigeerd naar drogerijen of de industrie.
* Prijsvaststelling: Er worden specifieke prijzen genoemd (bijv. f. 5.70 voor uien en f. 7.- voor stekappelen per 100 kg), wat wijst op de distributie-economie waarin vrije prijsvorming niet meer bestond.
* Militaire behoefte: De vermelding van Wehrmachtbezugscheine (aankoopbonnen voor het Duitse leger) onderstreept de directe druk van de bezetter op de Nederlandse voedselvoorziening. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (december 1942). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een onderdeel van de zogenaamde 'ordening' van de landbouw tijdens de bezetting. Onder toezicht van de bezetter werd de Nederlandse voedselproductie maximaal geëxploiteerd ten behoeve van de Duitse oorlogsmachine en de Duitse bevolking.
In deze periode was er in Nederland reeds sprake van toenemende schaarste voor de eigen bevolking. De mededeling onder het kopje 'Appelen', dat er zonder uitdrukkelijke toestemming niets aan de binnenlandse handel geleverd mocht worden, illustreert hoe de Nederlandse burger ondergeschikt werd gemaakt aan de Duitse exportbehoefte en de bevoorrading van de Wehrmacht. De 'fabrikantleider' waarnaar verwezen wordt, was een functionaris die toezag op de grondstofverdeling binnen de voedselverwerkende industrie onder het nieuwe economische regime.