Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 271
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Circulaire brief van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

4 september 1942. Van: Directie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage.

Origineel

Circulaire brief van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. 4 september 1942. Directie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE

BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE

POSTREKENING No. 224314
DIRECTIE.
Dict.: KJ. Typ.: CV.
No. 404/'42.

Rb.V.V.O.

AAN DE VEILINGEN.

[Gestempeld/Handgeschreven:] Nº 105/107/1 M. 1942 5/9

's-Gravenhage, 4 September 1942.

Betr.: Toewijzing van eigen geteelde producten aan teler-kleinhande-
laren en markttuinders.

Telers van groenten met een teeltvergunning van meer dan 50 are en telers van fruit met een oppervlakte aan boomgaard van meer dan 50 are, die tevens groothandelaar, kleinhandelaar of markt-tuinder zijn, moeten al hun eigen geteelde groenten en eigen geteeld fruit veilen.

Wanneer deze producten voor export bestemd zijn, moet ook hiervan het volle voor export vastgestelde gedeelte voor export worden afgeleverd, b.v. 80% van het voor export bestemde fruit.

Dit is eveneens het geval met de voor de industrie bestemde producten, ook aan deze leveringen moet ten volle worden voldaan, b.v. de levering van pruimen en kroet voor de industrie.

Verder mag alleen aan kleinhandelaren en markttuinders, die hun handel blijven uitoefenen, van het voor het binnenland bestemde deel van hun producten ten hoogste 50% worden toegewezen.

Telers, die tevens groothandelaar zijn, moeten al hun geteelde producten veilen en hun mag niets van de eigen geteelde producten ter beschikking worden gesteld, ook niet uit het binnenlandsche gedeelte.

Pachters van ongeoogst fruit moeten al het gepachte fruit veilen; aan deze pachters mag, ook al zijn zij tevens kleinhandelaar of markttuinder, niets van het gepachte fruit worden toegewezen.

Wij vertrouwen, dat hieraan streng de hand zal worden gehou-den.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE.
[Handtekening] [Handtekening]

[Linksonder:] (A) 21976 - '42 - K 983 * Doel van de brief: Het vastleggen van strikte regels voor de verplichte veiling van producten door telers die ook een handelsfunctie hebben. Dit diende om de controle op de voedselvoorraad en de distributie te behouden.
* Kernbepalingen:
1. Telers met meer dan 50 are grond moeten verplicht alles veilen als zij ook handelaar zijn.
2. Export- en industriële quota (zoals de 80% voor fruit) hebben absolute voorrang.
3. Teler-kleinhandelaren mogen maximaal 50% van hun eigen product voor eigen handel gebruiken (binnenlands deel).
4. Teler-groothandelaren mogen helemaal niets van hun eigen product zelf houden; alles moet via de veiling.
5. Pachters van ongeoogst fruit hebben geen recht op toewijzing van hun eigen gepachte fruit.
* Terminologie: "Kroet" verwijst hier waarschijnlijk naar industrieel te verwerken fruitafval of specifieke laagwaardige vruchten voor de verwerkende industrie (zoals stroop of moes). "Rb.V.V.O." verwijst naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse economie en met name de voedselvoorziening stonden onder streng toezicht van de bezetter en de daartoe opgerichte Nederlandse instanties. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een dergelijk orgaan dat de markt beheerde.

De maatregelen in deze brief waren bedoeld om de 'zwarte markt' tegen te gaan en te garanderen dat vaste quota beschikbaar bleven voor de industrie, de binnenlandse distributie (op de bon) en met name de export naar Duitsland. De veilingen fungeerden hierbij als de verplichte centrale schakel (het 'bottleneck'-principe) voor toezicht en prijsbeheersing. De datum, september 1942, valt in een periode waarin de schaarste toenam en de regels voor distributie steeds verder werden aangescherpt.

Samenvatting

  • Doel van de brief: Het vastleggen van strikte regels voor de verplichte veiling van producten door telers die ook een handelsfunctie hebben. Dit diende om de controle op de voedselvoorraad en de distributie te behouden.
  • Kernbepalingen:
    1. Telers met meer dan 50 are grond moeten verplicht alles veilen als zij ook handelaar zijn.
    2. Export- en industriële quota (zoals de 80% voor fruit) hebben absolute voorrang.
    3. Teler-kleinhandelaren mogen maximaal 50% van hun eigen product voor eigen handel gebruiken (binnenlands deel).
    4. Teler-groothandelaren mogen helemaal niets van hun eigen product zelf houden; alles moet via de veiling.
    5. Pachters van ongeoogst fruit hebben geen recht op toewijzing van hun eigen gepachte fruit.
  • Terminologie: "Kroet" verwijst hier waarschijnlijk naar industrieel te verwerken fruitafval of specifieke laagwaardige vruchten voor de verwerkende industrie (zoals stroop of moes). "Rb.V.V.O." verwijst naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse economie en met name de voedselvoorziening stonden onder streng toezicht van de bezetter en de daartoe opgerichte Nederlandse instanties. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een dergelijk orgaan dat de markt beheerde.

De maatregelen in deze brief waren bedoeld om de 'zwarte markt' tegen te gaan en te garanderen dat vaste quota beschikbaar bleven voor de industrie, de binnenlandse distributie (op de bon) en met name de export naar Duitsland. De veilingen fungeerden hierbij als de verplichte centrale schakel (het 'bottleneck'-principe) voor toezicht en prijsbeheersing. De datum, september 1942, valt in een periode waarin de schaarste toenam en de regels voor distributie steeds verder werden aangescherpt.