Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 120
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief/rapport.

20 juni 1939. Van: J. Penz, Marktopziener (Marktops.).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief/rapport. 20 juni 1939. J. Penz, Marktopziener (Marktops.). Dapperstraat 20 Juni 1939
Den Heer
Inspecteur

Dhr: H. v. Bennekom pl:n: 300 is een lastige plaats-
houder, aangezien hij nooit bij de aanvang
der markt aanwezig is, is hij toch door ons al-
tijd aan een plaats geholpen op het voor
zijn art:(sigaren) gunstig gedeelte, daar had
van Bennekom echter weer last van het visch-
bakken, en toen pl:nº 300 openkwam, verzocht
hij om die plaats waarvan hij sedert lang
wist dat zijn nieuwe buurman D. Polak pl:n: 298
een standwerker is, en heb ik van Bennekom er
ook nog op attent gemaakt. Ook heb ik nog met
D. Polak over die klacht gesproken en die ont-
kende dat hij hem overlast aandeed en kreeg
ik ook nog ten antwoord,, als ik niet meer stand-
werken mag met mijn art:(scheerzeep en d:g) dan
kunt u mijn plaats wel intrekken want dan
zijn mijn verdienste te gering." M.i: is de klacht
overdreven, en ook kon Dhr: van Bennekom
inschrijven voor een plaats in de Dapperstraat,
waar hij veel rustiger staat, omdat daar
niet gestandwerkt mag worden -

Marktops.
J. Penz Het document is een verslag van een marktopziener aan zijn inspecteur betreffende een burengeschil op de Dapperstraatmarkt in Amsterdam, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

De kern van de zaak is een klacht van de heer H. van Bennekom (standplaats 300, handelend in sigaren) over zijn buurman, de heer D. Polak (standplaats 298). Polak is een 'standwerker', een koopman die met luide stem en demonstraties zijn waren (scheerzeep en dergelijke) aan de man brengt. Van Bennekom ervaart hier overlast van.

De marktopziener, J. Penz, merkt in zijn rapportage het volgende op:
1. Karakterisering: Hij omschrijft Van Bennekom als een "lastige plaatshouder" die vaak te laat komt, maar desondanks altijd geholpen is aan een gunstige plek.
2. Eigen keuze: Van Bennekom heeft specifiek om deze plek gevraagd, terwijl hij wist wie zijn buurman was en dat deze een standwerker is. De opziener had hem hier zelfs nog voor gewaarschuwd.
3. Verweer van Polak: Polak stelt dat het 'standwerken' essentieel is voor zijn inkomen; zonder deze methode zijn zijn verdiensten te gering en kan hij zijn plek net zo goed opgeven.
4. Conclusie: Penz vindt de klacht overdreven en suggereert dat Van Bennekom had kunnen kiezen voor een gedeelte van de markt waar een verbod op standwerken geldt als hij rust had gewild. De Dapperstraatmarkt is een van de oudste en bekendste dagmarkten van Amsterdam (sinds 1910). Dit document geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de reglementering op de markt in de jaren '30.

Het fenomeen 'standwerker' is diep geworteld in de Nederlandse marktcultuur. Standwerkers onderscheiden zich van gewone marktkooplieden door hun theatrale verkooppraatjes. Omdat dit geluidsoverlast of opstoppingen kon veroorzaken, waren (en zijn) er vaak specifieke zones of regels voor hen. De brief bevestigt dat er in 1939 in de Dapperstraat al zones waren waar "niet gestandwerkt mag worden".

Interessant is ook de sociaal-economische tijdsgeest: de nadruk op de noodzaak van "verdienste" in een tijd die nog getekend was door de nasleep van de crisisjaren. De ambtenaar treedt hier op als bemiddelaar in een kleinmenselijk conflict waarbij economische belangen en persoonlijk comfort botsen.

Samenvatting

Het document is een verslag van een marktopziener aan zijn inspecteur betreffende een burengeschil op de Dapperstraatmarkt in Amsterdam, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

De kern van de zaak is een klacht van de heer H. van Bennekom (standplaats 300, handelend in sigaren) over zijn buurman, de heer D. Polak (standplaats 298). Polak is een 'standwerker', een koopman die met luide stem en demonstraties zijn waren (scheerzeep en dergelijke) aan de man brengt. Van Bennekom ervaart hier overlast van.

De marktopziener, J. Penz, merkt in zijn rapportage het volgende op:
1. Karakterisering: Hij omschrijft Van Bennekom als een "lastige plaatshouder" die vaak te laat komt, maar desondanks altijd geholpen is aan een gunstige plek.
2. Eigen keuze: Van Bennekom heeft specifiek om deze plek gevraagd, terwijl hij wist wie zijn buurman was en dat deze een standwerker is. De opziener had hem hier zelfs nog voor gewaarschuwd.
3. Verweer van Polak: Polak stelt dat het 'standwerken' essentieel is voor zijn inkomen; zonder deze methode zijn zijn verdiensten te gering en kan hij zijn plek net zo goed opgeven.
4. Conclusie: Penz vindt de klacht overdreven en suggereert dat Van Bennekom had kunnen kiezen voor een gedeelte van de markt waar een verbod op standwerken geldt als hij rust had gewild.

Historische Context

De Dapperstraatmarkt is een van de oudste en bekendste dagmarkten van Amsterdam (sinds 1910). Dit document geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de reglementering op de markt in de jaren '30.

Het fenomeen 'standwerker' is diep geworteld in de Nederlandse marktcultuur. Standwerkers onderscheiden zich van gewone marktkooplieden door hun theatrale verkooppraatjes. Omdat dit geluidsoverlast of opstoppingen kon veroorzaken, waren (en zijn) er vaak specifieke zones of regels voor hen. De brief bevestigt dat er in 1939 in de Dapperstraat al zones waren waar "niet gestandwerkt mag worden".

Interessant is ook de sociaal-economische tijdsgeest: de nadruk op de noodzaak van "verdienste" in een tijd die nog getekend was door de nasleep van de crisisjaren. De ambtenaar treedt hier op als bemiddelaar in een kleinmenselijk conflict waarbij economische belangen en persoonlijk comfort botsen.

Locaties

Dapperstraat Amsterdam.