Ambtelijke brief / Correspondentie
Origineel
Ambtelijke brief / Correspondentie 8 februari 1943 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, bijv. Marktwezen of Havenbedrijf) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier [Handgeschreven in rood:] Verz. aan 8/2 [?]
[Handgeschreven in potlood:] Bmuller [?]
[Rechtsboven:] SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
21/4/2 M. 8 Februari 1943.
Kwijtschelding brandstoffenmarktgeld ten name van den brandstoffenhandel N.V. "Ambra".
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de brandstoffenhandel N.V. "Ambra, die voor het kalenderjaar 1943 met het vaartuig 4514, groot 56 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 1 Februari 1943 dit vaartuig heeft verkocht. "Ambra" voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt is vertrokken, verzoekt hem restitutie en kwijtschelding van marktgeld te verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld is f. 56.- voldaan. Indien "Ambra" zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij verschuldigd zijn geweest: 1 x 56 x f. 0,10 = f. 5,60, zoodat aan "Ambra" voornoemd restitutie ware te verleenen tot een bedrag van f. 56.-- - f. 5,60 = f. 50,40.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester krachtens de bepalingen van artikel 36 van de verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden aan "Ambra" restitutie van marktgeld wordet verleend tot een bedrag van f. 50,40.
De Directeur, Deze brief betreft een administratief verzoek om een terugbetaling (restitutie) van marktgeld. De N.V. Brandstoffenhandel "Ambra" had voor het gehele jaar 1943 vooruitbetaald voor een ligplaats voor hun vaartuig (nr. 4514, 56 ton) op de lokale brandstoffenmarkt. Omdat het schip op 1 februari 1943 is verkocht en de ligplaats heeft verlaten, vraagt het bedrijf het resterende bedrag terug.
De Directeur van de betreffende dienst rekent uit dat er 56 gulden is betaald. Op basis van het werkelijke gebruik (één week in januari) zou het bedrijf slechts 5,60 gulden verschuldigd zijn. Hij adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een besluit van de Burgemeester te bevorderen om, op basis van "billijkheid" (redelijkheid), een bedrag van 50,40 gulden terug te betalen. De datum van het document, 8 februari 1943, plaatst deze correspondentie midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van brandstoffen (zoals kolen) van cruciaal belang en stond deze onder streng toezicht van de overheid. Dit verklaart waarom de brief gericht is aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen"; deze portefeuille beheerde vaak ook andere essentiële schaarse goederen en de distributie daarvan.
Het document toont aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, de gemeentelijke bureaucratie en de formele juridische procedures (zoals het beroep op artikel 36 van de verordening op marktgelden) nauwgezet werden voortgezet. De term "billijkheid" onderstreept dat er binnen de regels gezocht werd naar een rechtvaardige oplossing voor een zakelijke verandering.