Getypte ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 7 oktober 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in rode inkt:]
HSmuller [onderstreept]
[Getypt:]
SV
21/20/2 M.
7 October 1943.
Ontheffing brandstoffenmarkt-
geld ten name van J.M.Soutendijk.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.M.
Soutendijk, Marnixstraat 51 huis, alhier die voor het
kalenderjaar 1943 met een vaartuig groot 137 ton ligplaats
aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen,
mij schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij dit vaartuig
met ingang van 28 Augustus 1943 heeft verkocht. Soutendijk
voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt
is vertrokken, verzoekt hem ontheffing van marktgeld te
verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld f. 137.-
werd door hem betaald 3/4 van f. 137.- = f. 102,75.
Indien Soutendijk zijn vaartuig per maand en
per week ligplaats had doen innemen zou hij tot
28 Augustus 1943 verschuldigd zijn geweest:
8 x 137 x f. 0,10 = f. 109,60
te min betaald: f. 6,85
Aan Soutendijk ware ontheffing te verleenen van 1 termijn =
f. 34,25 - f. 6,85 = f. 27,40.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen
bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij Besluit van
den Burgemeester, krachtens de bpalingen van artikel 10
van de Verordening op de Heffing van markt- standplaats- en
ventgelden, aan Soutendijk ontheffing van marktgeld wordt
verleend tot een bedrag van f. 27,40.
De Directeur, * Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "ware ontheffing te verleenen").
* Inhoud: Het document betreft een verzoek om een gedeeltelijke teruggaaf (ontheffing) van marktgelden. De heer J.M. Soutendijk had voor het hele jaar 1943 betaald voor een ligplaats voor zijn schip (137 ton) op de brandstoffenmarkt, maar verkocht het schip op 28 augustus.
* Financiële berekening: De directeur rekent uit dat Soutendijk, hoewel hij al driekwart van het jaarbedrag had betaald (f 102,75), eigenlijk iets meer verschuldigd zou zijn geweest (f 109,60) als hij per maand/week had afgerekend tot het moment van vertrek. Desondanks wordt voorgesteld hem uit billijkheid een bedrag van f 27,40 terug te geven (één kwartaaltermijn minus het 'tekort' op de feitelijk genoten ligdagen).
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar artikel 10 van de "Verordening op de Heffing van markt- standplaats- en ventgelden". De uiteindelijke beslissing ligt bij de Burgemeester. * Historische periode: De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog (oktober 1943). In deze periode was de distributie van brandstoffen (zoals kolen) streng gereguleerd en waren de brandstoffenmarkten essentieel voor de energievoorziening van de stad.
* Locatie: De vermelding van de Marnixstraat duidt op Amsterdam. De brandstoffenmarkt was in die tijd een belangrijke plek voor de aanvoer van brandstoffen per schip.
* Bestuur: Tijdens de bezetting stond het gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter, maar de dagelijkse administratieve afhandeling van marktgelden en lokale verordeningen liep grotendeels door via de bestaande ambtelijke kanalen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in oorlogstijd een cruciale en zware portefeuille vanwege de toenemende schaarste.