Getypt ambtelijk verslag/memorandum.
Origineel
Getypt ambtelijk verslag/memorandum. VD/HB.
[Handgeschreven in rood: Dossier 43 / No. 21]
Brandstoffenmarkten.
Een eigenlijke markt, waar brandstoffen worden verhandeld, bestaat nergens meer hier ter stede.
Schuiten, met brandstoffen geladen, nemen ligplaats in op bepaalde plaatsen (brandstoffenmarkten) en, op grond daarvan, wordt marktgeld verschuldigd. De benaming "Brandstoffenmarkt" heeft dus alleen nog maar historische beteekenis; in wezen wordt betaald voor het recht om met brandstoffen geladen vaartuigen als magazijn of bergplaats dier goederen in het openbare water te hebben liggen. De meeste brandstoffenhandelaren toch, plegen hun schuiten niet in een pakhuis te lossen, doch zij bezigen de vaartuigen als magazijn. Dit is ingevolge art. 177 der Algemeene Politie Verordening verboden. De gebruikers der vaartuigen kiezen daarom ligplaats aan de markt en betalen dus marktgeld.
Nu doet zich echter de omstandigheid voor, dat in enkele gevallen brandstoffenvaartuigen wèl uitsluitend voor het vervoer dienstdoen en, bij aankomst te bestemder plaatse, worden gelost in een pakhuis. Wanneer dit lossen geschiedt op een brandstoffenmarkt, dan is marktgeld verschuldigd, daar de grondslag der heffing alleen is: het innemen van plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater. Strikt genomen moet volgens deze bepaling zelfs voor een met andere goederen dan brandstoffen geladen vaartuig, dat aan de brandstoffenmarkt ligplaats kiest, marktgeld worden betaald; in de practijk wordt dit echter nagelaten, maar wordt den schipper van een dergelijk vaartuig, zoo noodig, gelast de markt te verlaten. Geschiedt het lossen van een brandstoffenvaartuig naar een pakhuis echter buiten een brandstoffenmarkt, dan is dit, wanneer het havengeld is betaald, geoorloofd en is geen marktgeld verschuldigd. Het is zonder meer duidelijk, tot welke moeilijkheden dit soms aanleiding geeft: de schipper van een met brandstoffen geladen vaartuig kiest ligplaats buiten een markt; hij mag dit doen, wanneer hij het vaartuig doet lossen (dat behoort bij het uitoefenen van een bedrijf van vervoer, waarvan in art. 177 A.P.V. sprake is); hij mag dit niet doen, wanneer hij het vaartuig niet lost, doch het als magazijn of bergplaats van de brandstoffen gebruikt. Dit kan alleen bij langdurige contrôle blijken, aangezien den schipper, om te lossen, behoorlijk de tijd moet worden gelaten: hij kan, naar redelijkheid, niet worden genoopt om onverwijld te lossen. Toepassing van art. 177 der A.P.V. is daarom eerst mogelijk, wanneer blijkt, dat een met brandstoffen geladen vaartuig reeds sedert verscheidene weken in de stad is gemeerd, terwijl het kennelijk niet op redelijke wijze wordt gelost.
Het brandstoffenmarktgeld steunt op art. 3 der Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, waarin is bepaald, dat ten aanzien van de Brandstoffenmarkt een belasting wordt geheven wegens het innemen van een plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater. Bedoelde belasting wordt geheven van ieder, die een plaats inneemt of laat innemen volgens het tarief, opgenomen in artikel 18 der Verordening. Dit bedraagt per vaartuig per geheele ton van 1000 kg. laadvermogen van dat vaartuig:
a. per kalenderweek: ƒ 0,02½
b. per kalendermaand: " 0,10
c. per kalenderjaar: " 1,--
Voor de berekening van het onder a. vermelde tarief wordt de Zaterdag geacht deel uit te maken van de daarop volgende kalenderweek. * Kernproblematiek: Het document beschrijft een juridisch-administratief grijs gebied. Hoewel fysieke brandstofmarkten (waar ter plekke gehandeld wordt) niet meer bestaan, wordt de term "Brandstoffenmarkt" gebruikt om specifieke ligplaatsen aan te duiden waar schepen met brandstof (zoals kolen of hout) mogen liggen.
* Handhaving: Er is een conflict tussen de Algemeene Politie Verordening (A.P.V.), die verbiedt dat schepen als permanent magazijn op het water dienen, en de praktijk van handelaren die dit wel doen. Door marktgeld te betalen op aangewezen plekken, wordt dit feitelijk gelegaliseerd.
* Maas in de wet: Schippers proberen marktgeld te ontwijken door buiten de marktgebieden te gaan liggen onder het mom van "lossen bij een pakhuis". De overheid vindt het lastig te bewijzen wanneer "transport" overgaat in "permanente opslag", tenzij een schip er wekenlang onveranderd ligt.
* Tarieven: De belasting wordt berekend op basis van de tonnage van het schip (per 1000 kg laadvermogen). Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling "beteekenis" en "practijk", en de munteenheid in guldens). In deze periode was de bevoorrading van steden met brandstoffen (met name steenkool voor huishoudens en industrie) cruciaal. Veel handelaren gebruikten hun schepen als drijvende opslagplaatsen omdat dit goedkoper was dan de huur van een pakhuis aan de wal. De lokale overheid probeerde dit te reguleren via marktgelden om enerzijds de openbare orde (doorstroming van waterwegen) te bewaken en anderzijds inkomsten te genereren uit deze commerciële ruimtebezetting.