Administratief rapport / Verslag (Pagina 2)
Origineel
Administratief rapport / Verslag (Pagina 2) -2-
Het marktgeld behoort tot de retributies, bedoeld in artikel 275 der Gemeentewet. Het kenmerk dezer retributies is, dat zij worden geheven voor het gebruik of genot van voor den openbaren dienst bestemde gemeentewerken, bezittingen of inrichtingen en voor het gebruik van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
Om het brandstoffenmarktgeld te kunnen innen is het noodzakelijk, dat dagelijks een ambtenaar langs de verschillende in de stad aangewezen markten gaat om op te nemen, welke schuiten ligplaats innemen. Wanneer hij constateert, dat een vaartuig ligplaats inneemt, waarvoor nog geen marktgeld is betaald, biedt hij den eigenaar een kwitantie aan en int het marktgeld. Langzamerhand heeft hij alle schuiten leeren kennen en ziet direct aan de nummers of het marktgeld per jaar, maand of week wordt betaald. Aan de jaarschuiten behoeft hij niet verder aandacht te besteden. Deze worden per aanslag vanuit het Hoofdkantoor ingevorderd. Betaling vindt meestal in 4 kwartalen plaats op het Hoofdkantoor. In bijlage leg ik over een lijst van de route, welke de ambtenaar, die het grootste gedeelte van de inning verzorgt, dagelijks moet volgen, terwijl deze route op bijgaande kaart van Amsterdam met een inktlijn is aangegeven. De markten benoorden het Y worden door den op het Mosveld dienstdoenden contrôleur Dijkema geïnd, terwijl eenige markten in West langs Kostverlorenvaart, Schinkel, Jac. van Lennepkanaal, Da Costakade, Bilderdijkkade door den contrôleur-marktopzichter Reygwart, dienstdoende op de Ten Katestraat worden verzorgd.
Aan de jaarschuiten behoeft dus de minste zorg te worden besteed, doch zelfs wanneer alle brandstoffenhandelaren het jaartarief zouden willen betalen zou nog regelmatig contrôle ter plaatse noodig zijn, teneinde op te nemen of er niet meer schepen ligplaats zouden innemen.
Het brandstoffenmarktgeld bedroeg van 1937 t/m 1942:
| Jaar | Totaal | week | maand | jaar |
|---|---|---|---|---|
| 1937 | f 21.929,30 | f 7.163,15 | f 1.350,-- | f 13.416,15 |
| 1938 | " 21.123,62 | " 6.156,60 | " 1.198,60 | " 13.768,42 |
| 1939 | " 20.941,64 | " 6.020,32 | " 834,-- | " 14.087,32 |
| 1940 | " 19.502,95 | " 5.372,54 | " 477,80 | " 13.652,61 |
| 1941 | " 20.010,75 | " 6.464,77 | " 335,90 | " 13.210,08 |
| 1942 | " 18.948,71 | " 5.693,56 | " 346,40 | " 12.908,75 |
| Totaal | f 122.456,97 | f 36.870,94 | f 4.542,70 | f 81.043,33 |
| =========== | =========== | ========== | =========== |
Aantal schuiten:
1937: 5512 (totaal) | 5045 (week) | 225 (maand) | 242 (jaar)
1938: 4863 | 4411 | 200 | 252
1939: 4670 | 4286 | 127 | 257
1940: 4280 | 3970 | 62 | 248
1941: 5131 | 4848 | 46 | 237
1942: 4501 | 4213 | 51 | 237
Totaal: 28957 | 26773 | 711 | 1473
======= | ======= | === | ====
Hierbij kan worden opgemerkt, dat de grootste brandstoffen-firma, de A.B.A., uitsluitend het marktgeld per kalenderweek wenscht te betalen.
De aan de inning verbonden personeelskosten kunnen als volgt worden geraamd:
1 man voor vrijwel de geheele stad, behalve Noord en West; salarisgroep III: f 2100,--
kindertoeslag: " 240,--
Dijkema voor Noord; 2½ uur per dag: " 600,--
Reygwart voor West; 2 uur per dag: " 500,--
bruto totaal: f 3440,--
af: verhaal pensioen: " 320,--
netto: f 3120,--
======= * Inningsmethode: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de administratieve afhandeling van 'jaarschuiten' (via aanslag en hoofdkantoor) en de fysieke inning ter plaatse voor wekelijkse/maandelijkse ligplaatsen.
* Geografie van toezicht: De stad is opgedeeld in rayons. Eén hoofdambtenaar bestrijkt het grootste deel van de stad, terwijl specifieke wijken (Noord en West) door lokale contrôleurs (Dijkema en Reygwart) worden bijgehouden naast hun reguliere taken.
* Financiële trend: Uit de tabel blijkt een lichte daling van de totale inkomsten tussen 1937 (f 21.929,30) en 1942 (f 18.948,71). Opvallend is de sterke afname van de 'maandelijkse' betalingen en het aantal schuiten in die categorie.
* Personeel: De kosten voor de inning zijn relatief laag ten opzichte van de opbrengsten (ca. 16% van de bruto opbrengst in 1942). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Brandstoffen (zoals turf en kolen) waren in deze tijd strikt gerantsoeneerd en van vitaal belang voor de stad. De administratie van de schuiten die deze brandstoffen vervoerden, bleef gedurende de oorlog doorgaan op basis van de vooroorlogse Gemeentewet. De firma "A.B.A." (vermoedelijk de Amsterdamsche Brandstoffen Associatie) was een prominente speler in de distributie. De genoemde locaties zoals de Kostverlorenvaart en de Schinkel waren (en zijn) cruciale waterwegen voor het transport door Amsterdam.