Ambtelijk rapport/voorstel.
Origineel
Ambtelijk rapport/voorstel. 22 januari 1943 (gebaseerd op het stempel "22/1/1 M. 1943"). [Linksboven, krabbel:] Inschr?
[Midden boven:]
Rapport.
[In rode inkt:] Insp. Marktw. [gevolgd door paraaf]
[Rechtsboven:]
568
~~voorloopig aanhouden~~
[Stempel links:] No. 22/1/1 M. 1943 ½
[Hoofdtekst:]
Nu sinds eenigen tijd de Boom en Bloemenmarkt
dagelijks wordt gehouden, zoodat dientengevolge ook
dagelijks toezicht op den aan- of afvoer dient te geschieden,
komt het mij noodzakelijk voor eveneens de Verordening
op de heffing van marktgeld enz. voor genoemde markt
te wijzigen.
Gelet op art. 20 sub. 2 dier verordening dient vrijwel
onafgebroken toezicht plaats te vinden op de Boom- en
Bloemenmarkt, hetgeen, gezien de opbrengsten aan aanvoer-
gelden, veel personeelskosten mede zou brengen.
In de praktijk gebeurt zulks dan ook niet, zooals U
bekend is.
Toch geeft het een onbevredigend gevoel voor den dienst-
doenden ambtenaar dat de mogelijkheid bestaat van
tusschenuitschen aanvoer zonder controle, zoodat geen
marktgeld geïnd kan worden, alhoewel op soortgelijke
markten een vrijwel analogen toestand met nog min-
der controle bestaat. (Brandstoffenmarkt aldaar)
Om een controleerbare inning te verkrijgen dient
mij het aanvoergeld – en eventueel het lichtergeld – te
vervallen, terwijl een gezonde compensatie wegens
marktgelderving kan verkregen worden door verhooging
van het plaatgeld.
[Onderaan, berekening in potlood:]
f 387.35
f 113.35 = totaal lichters & voertuigen
waarvan voertuigen ruim f 100.- De kern van dit rapport is een pleidooi voor administratieve vereenvoudiging. De Boom- en Bloemenmarkt is overgegaan op een dagelijkse frequentie, wat volgens de letter van de verordening constant toezicht vereist op alles wat de markt opkomt of verlaat. De kosten voor dit personele toezicht wegen echter niet op tegen de inkomsten uit het "aanvoergeld".
De auteur merkt op dat er momenteel sprake is van wildgroei: goederen worden ongecontroleerd aangevoerd ("tusschenuitschen aanvoer"), waardoor de gemeente inkomsten misloopt. Om dit op te lossen zonder extra personeel in te hoeven zetten, stelt de ambtenaar voor om de heffing aan de poort (aanvoergeld en lichtergeld voor schepen) af te schaffen en in plaats daarvan het "plaatgeld" (het stageld voor de standplaats zelf) te verhogen. Dit is makkelijker te controleren en garandeert de inkomsten. Het document stamt uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland bezet was, bleef de gemeentelijke bureaucratie (waarschijnlijk in Amsterdam, gezien de referentie aan "lichters" en de specifieke markten) functioneren. De overgang van markten naar een dagelijkse frequentie kan duiden op een veranderende behoefte in de voedsel- en goederenvoorziening tijdens de oorlogsjaren. De vergelijking met de "Brandstoffenmarkt" is tekenend; brandstof was in de winter van 1943 een schaars en strikt gecontroleerd goed, maar blijkbaar liet de controle op de bijbehorende marktgelden ook daar te wensen over. De terminologie ("lichters", "plaatgeld") is specifiek voor de historische Nederlandse marktorganisatie.