Ambtelijke correspondentie / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Adviesnota. Ik verzoek wel Uwe medewerking om de voorge-
stelde wijziging van de Verordening op de heffing
van marktgeld enz. te bevorderen.
Amsterdam, 26 Jan. '93
[Handtekening: D. Monnikendam]
Chef marktopzichter
[In een tweede, schuiner handschrift:]
Van de aanvoerdersboten wordt per jaar
± f 100.- marktgeld ontvangen.
Ik geef U in overweging deze zaak nog
even aan te houden en het komende zomer-
seizoen af te wachten. In verband
met de betrekkelijke en kleene aanvoer
verwacht ik, dat het aantal schepen dat
aan zal komen zeer gering zal zijn.
22-2-'93
[Handtekening: de Haan] * Structuur: Het document bevat twee tekstblokken van verschillende auteurs. Het bovenste deel is een formeel verzoek aan een hogere instantie of collega-afdeling. Het onderste deel is een handgeschreven advies of reactie op dit verzoek.
* Handschrift: Het eerste handschrift is een beheerst, rechtopstaand kantoorschrift (littera cursiva). Het tweede handschrift is sneller en schuiner geschreven, wat duidt op een informele ambtelijke kanttekening.
* Inhoudelijke kern: De Chef marktopzichter wil een reglementswijziging voor het marktgeld doordrukken. De opponent (De Haan) adviseert echter om te wachten, omdat de financiële impact klein is (slechts 100 gulden per jaar) en de scheepvaartactiviteit (de "aanvoer") op dat moment te gering is om een wijziging te rechtvaardigen. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktadministratie aan het eind van de 19e eeuw. Het "marktgeld" was een belasting die door schippers en handelaren betaald moest worden voor het recht om goederen op de markt te brengen. In 1893 was Amsterdam volop bezig met het moderniseren van de haven en de bijbehorende verordeningen. De term "kleene aanvoer" en de datum (februari) kunnen duiden op de nasleep van een strenge winter of een economische luwte, waardoor er weinig scheepvaartverkeer in de grachten en markthavens was. D. Monnikendam (Chef marktopzichter) en De Haan.