Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 145
Dossier 103
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift)

9 augustus 1943 Van: M. J. v.d. Hoek Aan: WelEdelen Heer (vermoedelijk de directeur van het Marktwezen of een gemeentelijke instantie in Amsterdam)

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift) 9 augustus 1943 M. J. v.d. Hoek WelEdelen Heer (vermoedelijk de directeur van het Marktwezen of een gemeentelijke instantie in Amsterdam) [Linksboven stempels en aantekeningen:]
No. 22/6/1 M. 1943 11/8

[Rechtsboven aantekeningen in potlood en inkt:]
H. Begem [?]
Kruiblaas [?]
Bloemenmarkt
advies
[Onleesbare paraaf]
67.
14/8 '43
M. v. d. L. p. [?]

[Hoofdtekst:]
Amsterdam 9 Augustus 1943

Wel Ed. Heer,

Tweede standplaats hebbend van af Muntplein (Bloemenmarkt!) moest ik evenals als al mijn collega's na den brand, standplaats zoeken voorbij Koningsplein. Deze markt, die absoluut ongunstiger is, dan vanaf de Munt is, is echter voor de verkoop van snijbloemen onmogelijk.
Tot nu toe heb ik mij dan ook vrij gehouden van den verkoop van snijbloemen op de reserve markt! Doch de omstandigheden, zoo als afloopen van 't seizoen planten verkoop, dwingen mij, om de verkoop van snijbloemen weer ter markt te brengen. Willen mijn knechts en ik in 't leven blijven.
Om die redenen verzoek ik U beleefd, doch dringend, het mij toe te staan, voor de verkoop daarvan, mijn oude standplaats (Singel b/d Munt) weer in te mogen nemen.
Dus aldaar voor een kraam en 3 mtr vergunning vragende.
Hopende van U spoedig een gunstige beslissing te mogen ontvangen.
Teken ik met verschuldigde gevoelens.

M J v d Hoek.

[Linksonder:]
p.s.
den standplaats is direkt bij
Tel. Cel!! ligt dus geheel
buiten werkkring: afbraak.
H.

[Rechtsonder in potlood:]
Mr. Hooienst [?] 24 * Aanleiding: De schrijver, bloemenhandelaar M.J. van der Hoek, is vanwege een brand op de bloemenmarkt bij het Muntplein verplaatst naar een reservelocatie voorbij het Koningsplein.
* Problematiek: De reservelocatie is ongeschikt voor de verkoop van snijbloemen. Nu het seizoen voor de verkoop van potplanten voorbij is, moet de handelaar noodgedwongen weer overstappen op snijbloemen om inkomsten te genereren. Hij stelt dat dit noodzakelijk is om in het levensonderhoud van hemzelf en zijn personeel ("knechts") te kunnen voorzien.
* Verzoek: Van der Hoek verzoekt dringend om zijn oude standplaats aan de Singel bij de Munt weer in gebruik te mogen nemen met een kraam van 3 meter.
* Argumentatie in PS: Hij merkt op dat de gewenste plek naast een telefooncel ligt en momenteel uit "afbraak" (puin/ongebruikte ruimte) bestaat, waardoor hij daar niemand in de weg zou staan.
* Toon: De brief is formeel en beleefd, maar de urgentie ("dringend", "in 't leven blijven") is duidelijk voelbaar. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1943). In deze tijd was de economische situatie in Amsterdam precair; grondstoffen en goederen waren schaars en de regeldruk vanuit de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur was groot.

De "brand" waarover gesproken wordt op de bloemenmarkt was een significante gebeurtenis die de dagelijkse handel van de bekende Amsterdamse bloemenmarkt ontregelde. Voor een kleine ondernemer als Van der Hoek was de toewijzing van een standplaats een kwestie van economisch overleven. De administratieve aantekeningen bovenin tonen aan dat de brief door verschillende ambtelijke kanalen is gegaan voor advies en ordening. Het getal "67" rechtsboven duidt waarschijnlijk op een dossier- of volgnummer. De verwijzing naar de "Tel. Cel" (telefooncel) is een interessant tijdsbeeld, aangezien dit destijds cruciale publieke infrastructuur was.

Samenvatting

  • Aanleiding: De schrijver, bloemenhandelaar M.J. van der Hoek, is vanwege een brand op de bloemenmarkt bij het Muntplein verplaatst naar een reservelocatie voorbij het Koningsplein.
  • Problematiek: De reservelocatie is ongeschikt voor de verkoop van snijbloemen. Nu het seizoen voor de verkoop van potplanten voorbij is, moet de handelaar noodgedwongen weer overstappen op snijbloemen om inkomsten te genereren. Hij stelt dat dit noodzakelijk is om in het levensonderhoud van hemzelf en zijn personeel ("knechts") te kunnen voorzien.
  • Verzoek: Van der Hoek verzoekt dringend om zijn oude standplaats aan de Singel bij de Munt weer in gebruik te mogen nemen met een kraam van 3 meter.
  • Argumentatie in PS: Hij merkt op dat de gewenste plek naast een telefooncel ligt en momenteel uit "afbraak" (puin/ongebruikte ruimte) bestaat, waardoor hij daar niemand in de weg zou staan.
  • Toon: De brief is formeel en beleefd, maar de urgentie ("dringend", "in 't leven blijven") is duidelijk voelbaar.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1943). In deze tijd was de economische situatie in Amsterdam precair; grondstoffen en goederen waren schaars en de regeldruk vanuit de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur was groot.

De "brand" waarover gesproken wordt op de bloemenmarkt was een significante gebeurtenis die de dagelijkse handel van de bekende Amsterdamse bloemenmarkt ontregelde. Voor een kleine ondernemer als Van der Hoek was de toewijzing van een standplaats een kwestie van economisch overleven. De administratieve aantekeningen bovenin tonen aan dat de brief door verschillende ambtelijke kanalen is gegaan voor advies en ordening. Het getal "67" rechtsboven duidt waarschijnlijk op een dossier- of volgnummer. De verwijzing naar de "Tel. Cel" (telefooncel) is een interessant tijdsbeeld, aangezien dit destijds cruciale publieke infrastructuur was.

Locaties

Amsterdam