Uittreksel uit een gemeentelijke verordening (waarschijnlijk uit het Gemeenteblad).
Origineel
Uittreksel uit een gemeentelijke verordening (waarschijnlijk uit het Gemeenteblad). 3 G. B. Afd. 3
a hulppersoneel voor het veeartsenijkundig toezicht;
b middelen ter reiniging en ontsmetting.
Ten behoeve van den met het onderzoek belasten veearts zijn aan den hoofdingang aan den Cruquiusweg en aan één der hoofdingangen aan de Nieuwe Vaart overdekte localiteiten aanwezig.
ART. 10
Het is verboden, vee ter markt aan te voeren, hetwelk naar het oordeel van den met het onderzoek belasten veearts:
a door een ongeval ernstig is getroffen;
b door ziekte in onmiddellijk dreigend levensgevaar verkeert;
c onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen.
ART. 11
Zij, die vee aanvoeren, zijn verplicht, naar het oordeel van den met het toezicht belasten veearts, ziek of gevaarlijk vee afzonderlijk te plaatsen, overeenkomstig de door bedoelden veearts gegeven aanwijzingen.
ART. 12
Als plaats, bestemd voor afzondering van in beslag genomen vee, wordt aangewezen de quarantainestal op de veemarkt.
ART. 13
Het is verboden, buiten noodzakelijkheid op het terrein van de veemarkt vee te dooden of aan bloedige operaties te onderwerpen.
ART. 14
Met het houden van het veeartsenijkundig markttoezicht zijn belast de keuringsveeartsen, werkzaam bij den Keuringsdienst van slachtdieren, vleesch en vleeschwaren en bij den Dienst van de Veemarkt en het Abattoir.
ART. 15
Deze verordening verstaat onder vee : herkauwende en éénhoevige dieren en varkens.
ART. 16
Overtreding van de bepalingen dezer verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden.
ART. 17
De opsporing van overtredingen dezer verordening wordt opgedragen aan de inspecteurs, surnumerairs, brigadiers en agenten der gemeentepolitie, benevens aan de keuringsveeartsen, werkzaam bij den Keuringsdienst van slachtdieren, vleesch en vleeschwaren en bij den Dienst van de Veemarkt en het Abattoir. Dit document bevat de artikelen 10 tot en met 17 van een regelgevend kader voor het beheer van een veemarkt. De teksten focussen op drie hoofdaspecten:
1. Bio-security en Veiligheid: Het verbod op het aanvoeren van zieke, gewonde of gevaarlijke dieren beschermt zowel de andere aanwezige veestapel als de mensen op de markt.
2. Faciliteiten: Er wordt verwezen naar specifieke veterinaire ruimtes bij de ingangen en een quarantainestal voor in beslag genomen vee.
3. Handhaving: De verordening wijst specifiek keuringsveeartsen en de gemeentepolitie aan als controleurs en stelt duidelijke straffen vast (hechtenis of boete) voor overtreders. De geografische aanduidingen (Cruquiusweg en Nieuwe Vaart) plaatsen dit document in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Hier bevond zich van 1887 tot 1974 de centrale Veemarkt en het Abattoir.
Dergelijke verordeningen waren essentieel in een tijd waarin dierziekten een grote bedreiging vormden voor de voedselvoorziening en de volksgezondheid. Door de industrialisatie en de groei van de stad was gecentraliseerd toezicht op de vleesketen noodzakelijk geworden. De genoemde boete van 500 gulden was in de vroege 20e eeuw een enorm bedrag (vergelijkbaar met meerdere maandsalarissen van een arbeider), wat duidt op de ernst waarmee de gemeente deze regels handhaafde. B. Afd