Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 156
Dossier 92
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel uittreksel of slotblad van een gemeentelijke verordening.

21 april 1923.

Origineel

Officieel uittreksel of slotblad van een gemeentelijke verordening. 21 april 1923. Volgn. 42 4

De ambtenaren, in dit artikel bedoeld, leggen, voor zoover zij niet reeds krachtens een andere hoedanigheid de bevoegdheid tot opsporing van overtredingen bezitten, in handen van den Burgemeester de(n) volgende(n) eed of belofte af:

,,Ik zweer (beloof), dat ik de mij opgelegde plichten met alle naarstigheid en zonder aanzien des persoons zal vervullen.''

,,Zoo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof ik)''.

ART. 18

Deze verordening treedt in werking op een door Burgemeester en Wethouders te bepalen tijdstip.

II dat zij hebben besloten dat deze verordening, waaraan blijkens bericht van Gedeputeerde Staten de Koninklijke goedkeuring is verleend, in werking zal treden op 15 April 1923.

                                      *Burgemeester en Wethouders voornoemd,*
                                      DE VLUGT
                                      *de Secretaris,*
                                      FALKENBURG

AMSTERDAM, 21 April 1923. Dit document vormt het slot van een Amsterdamse verordening uit 1923. De tekst bevat twee cruciale onderdelen voor de uitvoering van lokale wetgeving:

  1. De Ambtseed: De tekst legt de exacte bewoordingen vast van de eed of belofte die ambtenaren met opsporingsbevoegdheid moeten afleggen ten overstaan van de burgemeester. De nadruk ligt hierbij op 'naarstigheid' (vlijt/nauwkeurigheid) en onpartijdigheid ('zonder aanzien des persoons').
  2. Inwerkingtreding: Artikel 18 regelt de formele bepaling van de datum waarop de verordening van kracht wordt. Opvallend is dat de tekst vermeldt dat de verordening met terugwerkende kracht (vanaf 15 april 1923) in werking is getreden, terwijl het besluit op 21 april is getekend.
  3. Autoriteit: Het document is ondertekend door Willem de Vlugt, die van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam was. Er wordt expliciet melding gemaakt van de 'Koninklijke goedkeuring' en het toezicht door de 'Gedeputeerde Staten', wat wijst op de hiërarchische structuur van het openbaar bestuur in die tijd. In de vroege jaren '20 was Amsterdam volop in ontwikkeling en was er een toenemende behoefte aan lokale regelgeving op het gebied van openbare orde en handhaving. De ambtenaren waarover gesproken wordt, waren waarschijnlijk onbezoldigd veldwachters of specifieke gemeentelijke inspecteurs die toezicht moesten houden op de naleving van deze nieuwe verordeningen.

De vermelding van de Koninklijke goedkeuring was indertijd noodzakelijk voor verordeningen die ingrepen op de persoonlijke vrijheid of eigendomsrechten, of die strafbepalingen bevatten. Dit document illustreert de formalistische en plechtige aard van de Nederlandse bureaucreatie in het interbellum. W. de Vlugt

Samenvatting

Dit document vormt het slot van een Amsterdamse verordening uit 1923. De tekst bevat twee cruciale onderdelen voor de uitvoering van lokale wetgeving:

  1. De Ambtseed: De tekst legt de exacte bewoordingen vast van de eed of belofte die ambtenaren met opsporingsbevoegdheid moeten afleggen ten overstaan van de burgemeester. De nadruk ligt hierbij op 'naarstigheid' (vlijt/nauwkeurigheid) en onpartijdigheid ('zonder aanzien des persoons').
  2. Inwerkingtreding: Artikel 18 regelt de formele bepaling van de datum waarop de verordening van kracht wordt. Opvallend is dat de tekst vermeldt dat de verordening met terugwerkende kracht (vanaf 15 april 1923) in werking is getreden, terwijl het besluit op 21 april is getekend.
  3. Autoriteit: Het document is ondertekend door Willem de Vlugt, die van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam was. Er wordt expliciet melding gemaakt van de 'Koninklijke goedkeuring' en het toezicht door de 'Gedeputeerde Staten', wat wijst op de hiërarchische structuur van het openbaar bestuur in die tijd.

Historische Context

In de vroege jaren '20 was Amsterdam volop in ontwikkeling en was er een toenemende behoefte aan lokale regelgeving op het gebied van openbare orde en handhaving. De ambtenaren waarover gesproken wordt, waren waarschijnlijk onbezoldigd veldwachters of specifieke gemeentelijke inspecteurs die toezicht moesten houden op de naleving van deze nieuwe verordeningen.

De vermelding van de Koninklijke goedkeuring was indertijd noodzakelijk voor verordeningen die ingrepen op de persoonlijke vrijheid of eigendomsrechten, of die strafbepalingen bevatten. Dit document illustreert de formalistische en plechtige aard van de Nederlandse bureaucreatie in het interbellum.

Genoemde Personen 1

Locaties

Amsterdam.

Producten

Textiel & Kleding: Hoed Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen