Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie. 20 november 1943 (met diverse annotaties uit september, oktober en november 1943). A. v/d Bilt, wonende aan de Bestevaerstraat 124 II te Amsterdam. Het Bestuur Marktwezen, Amsterdam. [Bovenaan, gestempeld en geschreven]
No. 24/3/1 M. 1943 22/9
142 /
A.dam [potlood: md. nup?] 20-11-43
[Hoofdtekst]
Aan het Bestuur Marktwezen.
L.S.
De Ondergetekende A v/d Bilt
wonende Bestevaerstraat 124 II A.dam [met abbreviatiestreep boven de 'm']
wenschte gaarne in aanmerking
te komen voor een markkaart, voor
het verkoop van klein vee, zoo als
kippen, konijnen enz.
Bij voorbaat dankend verblijf ik
in afwachting.
Achtend.
A v d Bilt
[Annotaties en ambtelijke aantekeningen]
[Midden links, in potlood]
Oproepen
welke markt?
22-9-'43
deHaan
[Midden rechts, in inkt]
ingeschr.
29/11 '43.
[Paraaf, mogelijk HS]
[Onder de hoofdtekst, diverse handen]
één dezer dagen
y. 22/9
Amsteldeld 3 novembermarkt.
z. kalsstraat [doorgehaald] voortrekken
H. van Berg
nu spoedig advies
24-9-'43
v/d Bilt is mij niet bekend 27/10 '43 [Paraaf] deHaan 202 * Formele structuur: Het document is een klassiek voorbeeld van een burgerverzoek aan een gemeentelijke instantie. Het taalgebruik is beleefd ("wenschte gaarne", "Bij voorbaat dankend") en volgt de toenmalige conventies.
* Administratief proces: De talrijke aantekeningen tonen het bureaucratische proces aan. Opvallend is de discrepantie in data: terwijl de brief zelf gedateerd is op 20-11-43, zijn er al stempels en aantekeningen van september (22/9) en oktober. Dit suggereert dat de brief onderdeel is van een lopend dossier dat al in september geopend was, of dat de brief een formele schriftelijke bevestiging is van een eerder mondeling verzoek.
* Functionarissen: Namen als "deHaan" en "H. van Berg" refereren waarschijnlijk aan ambtenaren van de afdeling Marktwezen die belast waren met het beoordelen van de aanvraag.
* Locatie: De Bestevaerstraat ligt in de Amsterdamse wijk Landlust (stadsdeel West). De vermelding van het "Amsteldeld" (Amstelveld) verwijst naar een bekende marktlocatie in de stad waar traditioneel in kleinvee werd gehandeld. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedselsituatie in de steden precair en was de handel strikt gereguleerd door distributiestelsels en vergunningen. Het houden en verhandelen van kleinvee (zoals konijnen en kippen) was voor veel burgers een cruciale manier om aan extra voedsel of inkomen te komen.
De "novembermarkt" op het Amstelveld was een specifiek evenement waarvoor blijkbaar extra marktkaarten of toestemmingen nodig waren. De ambtelijke opmerking "v/d Bilt is mij niet bekend" wijst op een antecedentenonderzoek of een controle of de persoon al eerder geregistreerd stond als marktkoopman. Het document illustreert hoe de dagelijkse economische overlevingsdrang van burgers botste met de complexe ambtelijke regelzucht van die tijd.