Handgeschreven kennisgeving / administratieve brief.
Origineel
Handgeschreven kennisgeving / administratieve brief. April/mei 1943 (gebaseerd op stempels en aantekeningen). H. Lensink, woonachtig aan de Ch. Petersstraat 130-2, Amsterdam. 782.
Weled. Heer.
Ondergetekende H. Lensink
bericht U hiermede dat hij
van zijn vaste plaats
afziet! daar ik geen handel
meer kan krijgen. Ik hoop
dat ik later weer in
aanmerking kan komen
voor een vaste plaats.
hoogachtend.
H. Lensink
Ch. Petersstr. 130 2.
Amsterdam
[Stempels en aantekeningen:]
* Midden rechts (handgeschreven): Gezien 3-5-43 de Haan
* Onderkant (stempel): No. 25/8/1 M. 1943
* Linksonder (handgeschreven): fl 41 AC / afgw 19/4. 43
* Rechtsonder (verticaal geschreven): n.i. aanm. dagen Het document is een zakelijke mededeling van een marktkoopman of straathandelaar aan een gemeentelijke instantie (mogelijk de Marktwezen-administratie van Amsterdam). De schrijver, H. Lensink, geeft aan dat hij zijn "vaste plaats" opgeeft. De reden die hij hiervoor aanvoert is veelzeggend: hij kan geen "handel" (koopwaar) meer krijgen. Dit duidt op de enorme schaarste en de stagnerende economie in het bezette Nederland van 1943.
Opvallend is de administratieve verwerking op het document:
* Het document is op 19 april 1943 "afgewerkt" of geregistreerd (afgw 19/4. 43).
* Er is een officieel dossiernummer opgeleverd (No. 25/8/1 M. 1943).
* Een zekere 'De Haan' heeft het document op 3 mei 1943 gezien en geparafeerd. In 1943 was de Duitse bezetting van Nederland in een grimmige fase beland. De distributie van goederen was volledig onder controle van de bezetter, en voor de vrije handel bleef vrijwel niets over. Veel marktkooplui moesten noodgedwongen hun nering staken omdat de voorraden uitgeput waren of omdat de handel in bepaalde producten verboden was geworden.
Het adres, de Christiaan Petersstraat in Amsterdam-Oost, lag in een buurt die destijds veel kleine zelfstandigen en arbeiders huisvestte. De brief getuigt van de persoonlijke economische nood van die tijd; Lensink spreekt de hoop uit om in de toekomst (na de oorlog of bij betere tijden) weer in aanmerking te komen voor een plek, wat duidt op een onvrijwillig afscheid van zijn broodwinning. H. Lensink Marktwezen