Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 13 Augustus 1943. De Directeur (waarnemend) van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (vermoedelijk de Marktdienst van Amsterdam). [Handgeschreven in rode stift, linksboven:]
Verzonden 13/8 S [?]
[Handgeschreven in potlood, midden boven:]
Inspr
[Handgeschreven in potlood, rechtsboven:]
In stukken te bewaren [gevolgd door initialen]
[Getypt rechtsboven:]
M/SV
25/25/2 M.
1
13 Augustus 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief om spoedig advies ontvangen stuk no. 48/6 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat adressante een vaste plaats heeft gehad op de markt Albert Cuypstraat. Wegens het genieten van ondersteuning van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken werd zij met ingang van 14 Januari 1940 vrij gesteld van het betalen van marktgeld à f. 1,35 per week. Op dit tijdstip was zij echter f. 2,70 verschuldigd wegens marktgeld over den termijn loopende van 1 tot 13 Januari 1940 (2 weken). Van een en ander werd haar schriftelijke mededeeling gedaan.
Krachtens artikel 11c van het toen geldende Reglement op de markten verloor betrokkene per 25 November 1940 het recht op haar plaats omdat zij wegens de haar verleende ondersteuning langer dan zes achtereen volgende maanden haar plaats niet had bezet.
Van een en ander werd betrokkene in kennis gesteld. Op al deze mededeelingen heeft zij nimmer gereageerd. De mededeeling van thans berust derhalve naar mijn meening kennelijk op een misverstand harerzijds.
Daar aan de aanmaning om bovenvermelde schuld à f.2,70 te voldoen geen gevolg was gegeven, werd deze vordering in handen gesteld van de afdeeling Assurantie Zaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, welke afdeeling met het invorderen van oude posten is belast.
Volgens mededeeling van deze afdeeling werd de schuld op 9 Juni 1943 voldaan.
Uit het bovenstaande blijkt, dat van nalatigheid van ambtenaren van mijn dienst geen sprake is; van een en ander ware der adressante mededeeling te doen.
De Directeur,
wnd. Deze brief is een ambtelijke verantwoording naar aanleiding van een klacht of verzoek (de "kantbrief") van een marktkoopvrouw ("adressante"). De kern van de zaak is dat deze vrouw haar vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt is kwijtgeraakt.
De administratieve feiten die worden gepresenteerd zijn:
1. Armoede/Ondersteuning: De vrouw ontving vanaf januari 1940 een uitkering van Sociale Zaken. Hierdoor werd ze vrijgesteld van marktgeld, maar ze had nog een kleine schuld van f. 2,70 staan.
2. Verlies van rechten: Omdat zij haar kraam langer dan zes maanden niet bezette (terwijl ze ondersteuning genoot), verviel haar recht op de standplaats conform het marktreglement (artikel 11c).
3. Communicatie: De dienst stelt dat zij herhaaldelijk is geïnformeerd maar nooit reageerde.
4. Incasso: De schuld van f. 2,70 bleef jarenlang openstaan en werd pas in juni 1943 (midden in de oorlogstijd) betaald nadat een incasso-afdeling werd ingeschakeld.
De conclusie van de waarnemend directeur is defensief: de ambtenaren hebben geen fouten gemaakt en de klacht van de vrouw berust op een misverstand aan haar kant. Het document dateert van augustus 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een puur administratief karakter heeft, weerspiegelt hij de harde realiteit van die tijd:
* Bureaucratie in oorlogstijd: Ondanks de oorlog gingen de gemeentelijke raderen (zoals markttoezicht en belastinginning) gewoon door. Er wordt met geen woord gerept over de bezetting, wat typerend is voor ambtelijke correspondentie over civiele zaken.
* De Albert Cuypmarkt: Deze markt was (en is) een vitaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in 1943 een cruciale rol vanwege de schaarste en distributie van voedsel.
* Sociale controle: De strikte handhaving van reglementen (het verliezen van een standplaats na 6 maanden inactiviteit) laat zien hoe schaars en gereguleerd de economische ruimte was.
* Financiële druk: Dat een schuld van slechts 2 gulden en 70 cent (omgerekend naar nu ongeveer 20-25 euro aan koopkracht) jarenlang wordt achtervolgd en door een speciale incasso-afdeling moet worden geïnd, duidt op een zeer rigide ambtelijk apparaat en mogelijk grote armoede bij de betrokkene.