Archiefdocument
Origineel
16 augustus 1943 (gebaseerd op het stempel en administratieve aantekeningen). J.H.B. Brockhoff, Boerenwetering 31, Amsterdam-Zuid. [Bovenaan in paarse inkt en potlood:]
No. 25/26 / M. 1943 16/8.
83670
v Buren
md. Dir.
informeren bij Dirkgreve 12-8-'43 daarna mij
[Hoofdtekst:]
Amsterdam
Mijnheer de Directeur,
[Tussenvoeging in de tekst:]
aanhouden th. m.
Zal zaak eerst nog met Hr. Dirkgreve besprek.
J. v. d. M. 1/9 '43
Ondergetekende J.H.B. Brockhoff, Boerenwetering 31, Amsterdam, Zuid verzoekt beleefd om een vaste standplaats op een openbaren markt n.l. op de Albert Cuypstraat om daar groenten te verkoopen aan de consument. Ik ben tuinder en in het bezit van een Markttuinders erkenning en mijn teeltvergunning is 40 Are.
Wenscht U nog verdere inlichtingen dan ben ik daarvoor gaarne bereid. In afwachting
[Handtekening:]
J.H.B. Brockhoff
[Onderaan toegevoegd:]
Oproepen voor insp. i.v.m. door Hr. V. der Hoeven ontvangen inl. bij den heer Dirkgreve.
onger. p. 1/9 '43.
[Rechtsonder:]
25 Het document is een officieel verzoekschrift van een kleinschalige groenteteler aan het gemeentebestuur van Amsterdam. De toon is formeel en onderdanig ("verzoekt beleefd", "gaarne bereid"), wat gebruikelijk was voor dergelijke correspondentie in die tijd.
De kern van de aanvraag is de wens om de tussenhandel over te slaan en direct "aan de consument" te verkopen. De aanvrager onderbouwt zijn rechtmatigheid door te verwijzen naar zijn officiële status als tuinder, zijn "Markttuinders erkenning" en de omvang van zijn bedrijf (40 are, oftewel 4000 m²).
De ambtelijke notities boven- en onderaan de brief laten zien hoe het verzoek door de bureaucratie werd behandeld: er werd intern overlegd (met de heer Dirkgreve) en er werd een inspectie of gesprek ("oproepen voor insp.") voorbereid voordat er een besluit werd genomen. De brief dateert uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikte distributie van voedsel en waren alle economische activiteiten onderworpen aan strenge regels van de bezetter en de Nederlandse overheid om de zwarte markt in te dammen.
Directe verkoop door tuinders aan consumenten op markten zoals de Albert Cuyp was een manier om de voedselvoorziening in de stad op peil te houden, maar vereiste specifieke vergunningen. De locatie van de afzender, Boerenwetering in Amsterdam-Zuid, was destijds een gebied waar nog veel actieve tuinbouw plaatsvond voordat de stad verder uitbreidde. Dit document biedt dus een waardevol inkijkje in de lokale voedselketen en de ambtelijke controle daarop tijdens de oorlogsjaren.