Brief/memorandum betreffende een marktvergunning.
Origineel
Brief/memorandum betreffende een marktvergunning. 4 oktober 1943. J. Renz. Den Heer Inspecteur (van de markt). Alb: Cuypstraat
4 Oct: 1943
Den Heer
Inspecteur
Hierbij zou ik U in overweging willen geven, het
verzoek v/d Heer A. Lindeboom toe te staan, voor een
vaste plaats op de markt Alb. Cuypstr; aangezien
hij bijna dagelijks de markt bezoekt..
Verkoops art: 2e hands art:
geen textiel!
[Handtekening] J. Renz
[Aantekeningen onderaan links:]
Vaste plaats uitgereikt
per 1/11 '43.
Opbergen HB. 11/10 '43. Ingeb. per
11/10 '43 HB.
[Aantekeningen in potlood midden onder:]
Register?
v.m.v. pl.
J vho [?] Dit document is een ambtelijke aanbeveling uit de Tweede Wereldoorlog betreffende de toewijzing van een vaste marktplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De afzender, J. Renz, adviseert de marktinspecteur om de aanvraag van een zekere heer A. Lindeboom te honoreren.
De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
* Motivatie: De aanbeveling is gebaseerd op het feit dat de aanvrager reeds "bijna dagelijks" de markt bezoekt, wat duidt op een zekere anciënniteit of betrouwbaarheid als losse marktkoopman.
* Handelswaar: Er wordt specifiek vermeld dat het gaat om "2e hands art:" (tweedehands artikelen) en er wordt nadrukkelijk bij vermeld: "geen textiel!".
* Besluitvorming: De kanttekeningen onderaan tonen de administratieve afhandeling aan. De aanvraag werd goedgekeurd ("uitgereikt") met ingang van 1 november 1943. De initialen "HB" en de data van archivering (11 oktober 1943) wijzen op een snelle procedure. Het document dateert uit oktober 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting was de handel op markten streng gereguleerd.
De expliciete vermelding "geen textiel!" is historisch significant. Textiel was tijdens de oorlog schaars en strikt op de bon (gerantsoeneerd). De handel in textiel buiten de officiële kanalen om werd streng gecontroleerd om zwarte handel tegen te gaan. Tweedehands goederen waren in deze periode van groot belang omdat nieuwe producten nauwelijks meer verkrijgbaar waren voor de gewone burger.
De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening en kleinschalige handel, hoewel de Joodse marktkooplieden in de voorgaande jaren al van de markt waren verdreven en afgevoerd, wat de demografie en de bezetting van de staanplaatsen op de markt ingrijpend had veranderd.