Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 25 september 1943. Th. E. Matla, Vegastraat 224, Amsterdam (Noord). [Linksboven in blauw potlood/stempel:]
No. 25/42/1 M. 1943 5/9
[Rechtsboven:]
212
Amsterdam, 25. Sept. 43
[Midden:]
M. H.
[Rechtsboven, schuin geschreven krabbel:]
mr. mmp
[Body:]
Ondergeteekende Th. E. Matla
richt dit schrijven tot U, met een
beleefd verzoek voor een vergunning
voor een standplaats op de
Alb: Cuypstraat alwaar ik staat
sinds Januari.
Mijn handel bestaat in hoofd-
zaak in lijsten, boeken, glas en
aardewerk
Uw geeerd antwoord gaarne
tegemoet ziende teeken ik met
de meeste Hoogachting
[Ondertekening:]
Th E Matla
Vegastraat 224
Amsterdam (N)
[Linksonder, administratieve notities:]
Hr. Renn.
~~Spoedig advies~~ [doorgehaald]
Mainl. 30/9 [met paraaf] * Taalgebruik: Formeel en beleefd ("beleefd verzoek", "Uw geeerd antwoord", "met de meeste Hoogachting"). Er is sprake van een archaïsche spelling (bijv. "Ondergeteekende", "Januari" met hoofdletter) en een grammaticale eigenaardigheid ("alwaar ik staat" in plaats van "sta").
* Inhoud: De heer Matla verzoekt om een officiële vergunning voor een marktplaats die hij blijkbaar al sinds januari van dat jaar onofficieel inneemt. Hij specificeert zijn handelswaar: lijsten, boeken, glas- en aardewerk.
* Contextuele details: De Vegastraat ligt in Amsterdam-Noord (Tuindorp Oostzaan). De Albert Cuypstraat is de bekendste marktlocatie van de stad. De administratieve krabbels aan de linkerzijde duiden op de interne verwerking door de gemeente-instanties (mogelijk de Dienst Marktwezen). Dit document stamt uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie ging de dagelijkse bureaucratie en de handel op de Amsterdamse markten door. De Albert Cuypmarkt was in deze periode een vitale bron voor de voedselvoorziening en handel in tweedehands goederen, aangezien veel nieuwe producten schaars waren. Dergelijke verzoeken geven inzicht in hoe kleine zelfstandigen probeerden hun brood te verdienen onder strikt toezicht van de (door de bezetter gecontroleerde) gemeentelijke instanties. Het feit dat hij boeken en aardewerk verkoopt, past in het beeld van de 'vrije handel' op de markt in tijden van schaarste.