Handgeschreven brief/memo.
Origineel
Handgeschreven brief/memo. 13 oktober 1943. J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). Den Heer Inspecteur (waarschijnlijk de Inspecteur van de Markten). Alb: Cuypstraat 13 Oct: 1943
Den Heer
Inspecteur
Hierbij zou ik U in overweging willen
geven, het verzoek van Dhr: L. de Groot,
pl: n: 164, om assistentie bij de door hem
op zijn vaste plaats uitgeoefende schoenen
reparatie, toe te staan.
J. Renz
[Midden onder, in ander handschrift:]
Geen bezwaar
15-10-'43
[onleesbare handtekening]
[Rechtsonder:]
marktbureau Dit document is een ambtelijke aanbeveling betreffende de bedrijfsvoering op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afzender, J. Renz, verzoekt de Inspecteur om toestemming te geven aan een zekere heer L. de Groot (gevestigd op plaatspoort/plek nummer 164) om hulp (assistentie) te krijgen bij zijn werkzaamheden als schoenmaker op de markt.
Opvallend is de snelle afhandeling: twee dagen later, op 15 oktober 1943, is er al een akkoord gegeven ("Geen bezwaar") door een functionaris van het marktbureau. Het gebruik van "Plaats nummer" (pl: n:) is typerend voor de administratie van standplaatsen op Amsterdamse markten. Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was alles op de markt strikt gereguleerd door de gemeente en de bezetter. Voor bijna elke wijziging in de bedrijfsvoering, zoals het aannemen van een hulpje of assistent, was officiële toestemming nodig.
De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog functioneren, hoewel het aanbod schaars was en veel Joodse kooplieden in de voorgaande jaren (1941-1942) van de markt waren verwijderd en gedeporteerd. De naam "L. de Groot" is een veelvoorkomende Nederlandse naam, maar gezien de datum en de aard van het verzoek betreft dit waarschijnlijk een niet-Joodse ondernemer die de reparatiewerkzaamheden mocht voortzetten. Schoenreparatie was in die tijd een essentieel beroep vanwege de enorme schaarste aan nieuwe materialen en schoeisel.