Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 324
Dossier 24
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/memorandum.

20 oktober 1943. Van: De Inspecteur (w.g. De Haer) van de Dienst van het Marktwezen. Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen.

Origineel

Ambtelijk rapport/memorandum. 20 oktober 1943. De Inspecteur (w.g. De Haer) van de Dienst van het Marktwezen. De Heer Directeur van het Marktwezen. [Getypt:]

R A P P O R T

Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.

Naar aanleiding van het schrijven van Mevr. E.C. Hakker aan den Wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 30 September 1943 heb ik den ambtenaar, die dien dag dienst op de markt Albert Cuypstraat heeft gedaan, gehoord.
Deze ambtenaar controleur Marktopzichter Reygwart verklaarde het volgende:
Op 30 September jl. vervoegde zich een dame bij mij, welke mij mededeelde, dat zij had geconstateerd, dat een jongen een kistje inhoudende ongepelde garnalen had bezorgd aan het politiebureau Stadhouderskade.
Daar ik overtuigd was, dat al de aangevoerde garnalen aan het publiek waren verkocht en het voor zoover door mij was na te gaan, uitgesloten was, dat een den bij den verkoop dienstdoende politieagenten garnalen hadden kunnen koopen. Zegde ik toe, onmiddellijk een onderzoek te zullen instellen.
Ik mij direct persoonlijk in verbinding gesteld met den wachtcommandant van opgemeld bureau. Deze deelde mij na informatie in de wachtkamer mede, dat inderdaad voor een der agenten een portie garnalen was bezorgd.
Deze garnalen waren echter niet tijdens den marktverkoop door de agent gekocht, doch na afloop door een der kooplieden, welke deze garnalen voor eigen gebruik had mogen behouden, aan dien agent afgestaan.

Amsterdam, 20 October 1943.

De Inspecteur,

w.g. De Haer.

[Handgeschreven aantekeningen in de kantlijn en onderaan:]

aan Bureau Stadhouderskade niet na te gaan welke agent het is geweest.

Tevens is niet na te gaan welke koopman garnalen aan een agent heeft geleverd.

Koopman nader horen – Agent nader horen.

Overigens is het niet de bedoeling dat indien kooplui iets voor eigen gebruik mogen houden, dat dit toch weer verhandeld wordt.

Ook is het volkomen onjuist dat in zo’n geval een ambtenaar v. politie van de markt de garnalen koopt.

De jongen, die als koerier optrad en de garnalen heeft bezorgd, kan zich niet meer herinneren, welke koopman hem de garnalen heeft laten bezorgen.

Reygwart deelde mij nog mede dat bedoelde jongen op het politiebureau Stadhouderskade is ontboden om inzake deze kwestie te worden gehoord. Het document is een verslag van een intern onderzoek naar mogelijke bevoordeling of zwarte handel op de Albert Cuypmarkt in 1943. Een burger (Mevr. Hakker) deed haar beklag bij de Wethouder voor de Levensmiddelen omdat zij zag dat een politiebureau een kistje garnalen ontving terwijl deze voor het gewone publiek schaars waren.

De verdediging van de politie en de marktinspectie is dat het hier geen officiële handelswaar betrof, maar garnalen die een koopman van zijn eigen rantsoen ("voor eigen gebruik") had afgestaan of verkocht aan een agent. Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt echter dat de superieuren hier niet mee akkoord gaan:
1. Handelsverbod: Producten die voor eigen gebruik bedoeld zijn, mogen niet alsnog verhandeld worden.
2. Integriteit: Men vindt het "volkomen onjuist" dat een politieagent op deze wijze goederen van de markt betrekt.
3. Bewijslast: Het onderzoek loopt vast omdat de koerier (de jongen) zich zogenaamd niet kan herinneren voor wie hij werkte, een veelvoorkomende tactiek om straf of repercussies te voorkomen. Dit document stamt uit oktober 1943, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. Voedselvoorziening stond onder streng toezicht van de overheid (de distributie). Garnalen en andere verse levensmiddelen waren vaak alleen op de bon of in zeer beperkte mate beschikbaar.

De tekst illustreert de sociale spanningen van die tijd: burgers waren zeer alert op 'vriendjespolitiek' en corruptie tussen handhavers (politie) en handelaren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale figuur in het beheersen van de honger en de eerlijke verdeling van schaarse goederen. Dat een dergelijke klacht over een enkel kistje garnalen helemaal tot op het niveau van de directeur van het Marktwezen wordt uitgezocht, toont aan hoe explosief de stemming onder de bevolking was met betrekking tot eerlijke voedselverdeling.

Samenvatting

Het document is een verslag van een intern onderzoek naar mogelijke bevoordeling of zwarte handel op de Albert Cuypmarkt in 1943. Een burger (Mevr. Hakker) deed haar beklag bij de Wethouder voor de Levensmiddelen omdat zij zag dat een politiebureau een kistje garnalen ontving terwijl deze voor het gewone publiek schaars waren.

De verdediging van de politie en de marktinspectie is dat het hier geen officiële handelswaar betrof, maar garnalen die een koopman van zijn eigen rantsoen ("voor eigen gebruik") had afgestaan of verkocht aan een agent. Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt echter dat de superieuren hier niet mee akkoord gaan:
1. Handelsverbod: Producten die voor eigen gebruik bedoeld zijn, mogen niet alsnog verhandeld worden.
2. Integriteit: Men vindt het "volkomen onjuist" dat een politieagent op deze wijze goederen van de markt betrekt.
3. Bewijslast: Het onderzoek loopt vast omdat de koerier (de jongen) zich zogenaamd niet kan herinneren voor wie hij werkte, een veelvoorkomende tactiek om straf of repercussies te voorkomen.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1943, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. Voedselvoorziening stond onder streng toezicht van de overheid (de distributie). Garnalen en andere verse levensmiddelen waren vaak alleen op de bon of in zeer beperkte mate beschikbaar.

De tekst illustreert de sociale spanningen van die tijd: burgers waren zeer alert op 'vriendjespolitiek' en corruptie tussen handhavers (politie) en handelaren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale figuur in het beheersen van de honger en de eerlijke verdeling van schaarse goederen. Dat een dergelijke klacht over een enkel kistje garnalen helemaal tot op het niveau van de directeur van het Marktwezen wordt uitgezocht, toont aan hoe explosief de stemming onder de bevolking was met betrekking tot eerlijke voedselverdeling.

Locaties

Amsterdam.