Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 339
Dossier 23
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / krabbel op gelinieerd papier betreffende een marktvergunning.

Diverse data in oktober en november 1943.

Origineel

Ambtelijke notitie / krabbel op gelinieerd papier betreffende een marktvergunning. Diverse data in oktober en november 1943. [Bovenzijde, verschillende handen:]
In '37 - '38 een vaste
plaats gehad met boeken
m.i. [mijns inziens] geen bezwaar. [paraaf] 28/10
H. Rens, spoedig advies aub.
[paraaf] 27/10

[Midden:]
Directeur
Opgev. [Opgevraagd] per 12/11 '43.
HB.

[Hoofdtekst:]
J. F. Winter heeft voor 1940
geregeld plaatsen ingen. [ingenomen]
op de markten met boeken
Heeft winkel gehad
niet kunnen volhouden
Verzoekt thans weer plaats
te mogen innemen met
boeken op markten
Alb. C. Cuyp, Nieuwmarkt
& Amstelveld.

[Onderzijde:]
Voorloopig op opgemelde
markten toestaan losse
plaatsen in te nemen.
Ingek. [Ingekomen] per 13-11-'43
15/11 '43 [paraaf] de Boer
Leg. krt [Legitimatiekaart] losse plaats afgegeven.
Onberisp. [Onberispelijk] [paraaf] 15/11 '43. Het document is een intern ambtelijk memorandum, waarschijnlijk van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. Het betreft een aanvraag van een zekere J.F. Winter om opnieuw boeken te mogen verkopen op de Amsterdamse markten.

Uit de tekst valt op te maken dat de aanvrager voor de oorlog (vóór 1940) al actief was op de markt en tussentijds een winkel heeft gehad, die hij echter "niet kon volhouden". Dit duidt op economische tegenspoed, wat in de oorlogsjaren 1943 veel voorkwam door schaarste en distributiemaatregelen.

De ambtenaren controleren zijn verleden ("In '37-'38 vaste plaats gehad") en beoordelen zijn gedrag als "onberispelijk", wat in die tijd een vereiste was voor het verkrijgen van vergunningen onder het bezettingsregime. Er wordt toestemming gegeven voor "losse plaatsen", wat betekent dat de aanvrager geen vaste standplaats krijgt, maar zich dagelijks moet melden voor een beschikbare plek. Dit document dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve afhandeling is zakelijk en volgt de geldende regels van het Marktwezen. Opvallend is de vermelding van de Albert Cuyp, Nieuwmarkt en het Amstelveld; drie iconische Amsterdamse marktlocaties. De term "onberispelijk" had in deze periode vaak ook een politieke lading: men mocht niet bekend staan als anti-Duits of 'asociaal' om voor dergelijke gunsten in aanmerking te komen. De snelheid van de afhandeling (tussen 12 en 15 november) wijst op een efficiënte bureaucratie.

Samenvatting

Het document is een intern ambtelijk memorandum, waarschijnlijk van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. Het betreft een aanvraag van een zekere J.F. Winter om opnieuw boeken te mogen verkopen op de Amsterdamse markten.

Uit de tekst valt op te maken dat de aanvrager voor de oorlog (vóór 1940) al actief was op de markt en tussentijds een winkel heeft gehad, die hij echter "niet kon volhouden". Dit duidt op economische tegenspoed, wat in de oorlogsjaren 1943 veel voorkwam door schaarste en distributiemaatregelen.

De ambtenaren controleren zijn verleden ("In '37-'38 vaste plaats gehad") en beoordelen zijn gedrag als "onberispelijk", wat in die tijd een vereiste was voor het verkrijgen van vergunningen onder het bezettingsregime. Er wordt toestemming gegeven voor "losse plaatsen", wat betekent dat de aanvrager geen vaste standplaats krijgt, maar zich dagelijks moet melden voor een beschikbare plek.

Historische Context

Dit document dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve afhandeling is zakelijk en volgt de geldende regels van het Marktwezen. Opvallend is de vermelding van de Albert Cuyp, Nieuwmarkt en het Amstelveld; drie iconische Amsterdamse marktlocaties. De term "onberispelijk" had in deze periode vaak ook een politieke lading: men mocht niet bekend staan als anti-Duits of 'asociaal' om voor dergelijke gunsten in aanmerking te komen. De snelheid van de afhandeling (tussen 12 en 15 november) wijst op een efficiënte bureaucratie.