Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 367
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

10 december 1943.

Origineel

10 december 1943. vD/HG.

25/62/3 M.
1
10 December 1943.

Marktplaats
A.Kuipers.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 8 November jl. om advies ontvangen stuk No.25/7 L.M. 1943 hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat adressant voor 1938 wel een losse plaats op de dagmarkten heeft ingenomen. In het jaar 1935 heeft hij bovendien van Juli tot en met September een tijdelijke ventvergunning voor het artikel ijs gehad. Wij achten het daarom, gelet op het feit, dat hij, voordat hij in het jaar 1938 in Duitschland ging werken, op de markten een plaats heeft bezet, gewenscht, dat Kuipers voor een legitimatiekaart voor een losse plaats in aanmerking komt.
Wij zullen hem een dergelijke kaart doen uitreiken. Deze aangelegenheid kan hiermede als afgedaan worden beschouwd.

De Gemeentelijke Adviseur voor De Directeur,
Voedings- en Distributieaange-
legenhedenm Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief betreft de toewijzing van een marktplaats (een zogenaamde "losse plaats") aan een zekere heer A. Kuipers.

De adviseurs baseren hun positieve advies op het verleden van de aanvrager:
1. Hij had vóór 1938 al een losse standplaats op dagmarkten.
2. Hij had in 1935 een tijdelijke vergunning om ijs te venten tijdens het zomerseizoen.
3. Er wordt expliciet vermeld dat hij in 1938 in Duitsland is gaan werken, wat blijkbaar zijn eerdere markthistorie onderbrak maar zijn huidige aanspraak op een vergunning niet in de weg staat.

Het document besluit met de mededeling dat de legitimatiekaart aan Kuipers zal worden uitgereikt en dat het dossier hiermee gesloten is. Opvallend is de typefout in de laatste regel ("legenhedenm"). De brief dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel in levensmiddelen en het beheer van markten streng gereguleerd door de overheid vanwege de schaarste en het distributiestelsel. Een "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de lokale voedselvoorziening.

De vermelding dat Kuipers in 1938 in Duitsland ging werken is historisch interessant. Dit kan duiden op vrijwillige arbeidsmigratie vóór de oorlog of vroege inzet in de Duitse industrie. Het feit dat de gemeente dit als argument gebruikt om hem nu weer een plek op de markt te gunnen, suggereert dat zijn arbeidsverleden in Duitsland in de ogen van de toenmalige (onder Duits toezicht staande) autoriteiten als een legitieme reden werd gezien voor zijn eerdere afwezigheid op de markt. De "legitimatiekaart" was een essentieel document voor marktkooplieden om hun nering legaal te mogen uitoefenen in een tijd van strikte controle.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief betreft de toewijzing van een marktplaats (een zogenaamde "losse plaats") aan een zekere heer A. Kuipers.

De adviseurs baseren hun positieve advies op het verleden van de aanvrager:
1. Hij had vóór 1938 al een losse standplaats op dagmarkten.
2. Hij had in 1935 een tijdelijke vergunning om ijs te venten tijdens het zomerseizoen.
3. Er wordt expliciet vermeld dat hij in 1938 in Duitsland is gaan werken, wat blijkbaar zijn eerdere markthistorie onderbrak maar zijn huidige aanspraak op een vergunning niet in de weg staat.

Het document besluit met de mededeling dat de legitimatiekaart aan Kuipers zal worden uitgereikt en dat het dossier hiermee gesloten is. Opvallend is de typefout in de laatste regel ("legenhedenm").

Historische Context

De brief dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel in levensmiddelen en het beheer van markten streng gereguleerd door de overheid vanwege de schaarste en het distributiestelsel. Een "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de lokale voedselvoorziening.

De vermelding dat Kuipers in 1938 in Duitsland ging werken is historisch interessant. Dit kan duiden op vrijwillige arbeidsmigratie vóór de oorlog of vroege inzet in de Duitse industrie. Het feit dat de gemeente dit als argument gebruikt om hem nu weer een plek op de markt te gunnen, suggereert dat zijn arbeidsverleden in Duitsland in de ogen van de toenmalige (onder Duits toezicht staande) autoriteiten als een legitieme reden werd gezien voor zijn eerdere afwezigheid op de markt. De "legitimatiekaart" was een essentieel document voor marktkooplieden om hun nering legaal te mogen uitoefenen in een tijd van strikte controle.