Handgeschreven notitie op papier.
Origineel
Handgeschreven notitie op papier. 11 december 1943. In tegenstelling met den ochtendverkoop, werkt
de middagverkoop ordeverstorend en wel
door de volgende oorzaken.
De verkoop begint te vroeg (vaak al om 12.00 uur)
De aanvoer is meestal gering.
Het gevolg is, dat het publiek uren lang tevergeefs
wacht en meestal zonder resultaat huiswaarts
keert.
Een beperking van den middagverkoop tot
het allernoodzakelijkste, bovendien samenvoe-
ging van diverse distributieplaatsen, zooals
reeds geschiedt, voorkomt veel en voordeloos
wachten.
Amst. 11.12. 43
[handtekening: A.J. Molhuysen] De schrijver van dit document uit zijn zorgen over de inefficiëntie van de goederenverstrekking in de middaguren. De kern van de klacht is dat de verkoop te vroeg start terwijl er onvoldoende aanvoer is, wat leidt tot lange wachtrijen voor het publiek zonder dat zij uiteindelijk iets kunnen kopen.
Er worden twee concrete oplossingen aangedragen om de "orde" te herstellen en het "voordeloos wachten" tegen te gaan:
1. Het beperken van de middagverkoop tot enkel de meest noodzakelijke goederen.
2. Het verder centraliseren (samenvoegen) van distributiepunten.
Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief, typerend voor een administratieve of bestuurlijke context in het midden van de 20e eeuw. Het taalgebruik is formeel ("den ochtendverkoop", "zooals", "huiswaarts keert"). Het document dateert van december 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze fase van de oorlog was er sprake van nijpende tekorten aan vrijwel alles: voedsel, brandstof en kleding.
Het distributiestelsel, waarbij burgers met bonkaarten hun schaarse rantsoenen moesten ophalen bij distributieplaatsen, was de enige manier om aan goederen te komen. De lange rijen ("wachten") die in de tekst worden genoemd, waren een dagelijkse realiteit en een bron van grote frustratie en uitputting voor de bevolking. De angst voor "ordeverstoring" in de tekst wijst op de bezorgdheid van de autoriteiten (of uitvoerende instanties) over de sociale onrust die door deze schaarste en inefficiëntie kon ontstaan.