Handgeschreven brief (verklikbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (verklikbrief). 14 september 1943. De tekst is getrouw overgenomen met behoud van de oorspronkelijke spelling en interpunctie.
[Rechtsboven:]
138
Amsterdam 14-9-1943
[Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No. 26/12/1 M. 1943 15/9
Mijnheer
Met dezen heb ik vernomen als dat u een schrijven heeft ontvangen van een zekeren Mijn heer uit de Comelinstraat 118hs voor een marktkkaart te wilen hebben. zeer gaarne zou ik het op prijs stelen dit even goed te onderzoeken van wege dezen man Pensioen geniet van zijn Baas weg gebleven is om dat hij bang was voor Duitsland. Dus en met een vrouw leeft die goed inkomen heeft. Aangezien zulken inkome zou ik zeggen mag dezen man tog geen marktkaart hebben en een ander het eten uit de mond zou halen die al jaren met Bloemen gaat. zou ik het zeer op prijs stelen
Bij voorbaat Mijndank.
[Linksonder in potlood/pen:]
Brief opgezocht
22-9-43
de Haas
Is niet uit te zoeken.
Opbergen.
28. 19/10 43.
deHaas [handtekening] Het betreft een anonieme (of ongetekende) aangifte, in de volksmond ook wel een 'verklikbrief' genoemd, gericht aan een officiële instantie in Amsterdam (vermoedelijk de marktwezen-autoriteit of de politie).
De schrijver klaagt over een man woonachtig in de Commelinstraat 118 (huis), die een marktkaart heeft aangevraagd. De argumenten die de schrijver aanvoert zijn:
1. De man geniet al een pensioen.
2. De man is gestopt met werken bij zijn baas uit angst voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland).
3. Zijn vrouw heeft een goed inkomen.
4. Het is onrechtvaardig tegenover mensen die écht afhankelijk zijn van de handel (zoals bloemenverkopers).
Onderaan de brief zijn ambtelijke aantekeningen te zien. Op 22 september 1943 is de brief in behandeling genomen door een ambtenaar genaamd 'de Haas'. Op 19 oktober 1943 volgt de conclusie: "Is niet uit te zoeken. Opbergen." De klacht leidde dus niet tot verdere actie, waarschijnlijk door een gebrek aan bewijs of specifieke namen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er sprake van grote schaarste en strenge regulering van de handel via vergunningen (zoals de genoemde marktkaart). Het 'verklikken' van medeburgers kwam veelvuldig voor, soms uit ideologische motieven, maar vaker uit persoonlijke wrok, jaloezie of een (misplaatst) gevoel van sociale rechtvaardigheid.
In 1943 was de druk van de Arbeitseinsatz op zijn hoogtepunt; veel mannen probeerden onder te duiken of zich onmisbaar te maken in beroepen die vrijstelling gaven. De briefschrijver speelt hier handig op in door te wijzen op de "angst voor Duitsland", wat de aangegeven persoon in de ogen van de bezetter verdacht zou maken. Dit document illustreert de onderlinge achterdocht en de harde overlevingsstrijd in bezet Amsterdam. Marktwezen Politie