Handgeschreven memo of rapportage van een marktinspecteur/controleur.
Origineel
Handgeschreven memo of rapportage van een marktinspecteur/controleur. [Hoofdtekst in potlood]
verplicht om deze
markt te schaduwen,
terwijl ik aan ~~Reij~~
Reijinga op heden
22 October heb opge-
dragen, al de aange-
voerde visch - dus
geen steekproeven -
op de markt, Dapper-
straat na te wegen.
Tevens zal door mij
persoonlijk de
verkoop aan de
loods, Wagenaar-
straat geregeld
worden.
[Rechtsonder in blauw/zwart]
22-10-43
deHaer
ophaing [?] 11/11
[In het midden, verticaal over de tekst in rood potlood]
Hr deHaer
Dapperstr
om te kijken
of de ophaal-
dienst kontrole
uitvoert
10-11-43
[Aan de linkerzijde, verticaal geschreven]
10-11-43 Morgen medegedeeld
aan Hr. [?] dat met zijn
[?] de Haer [?] zal uitten De kern van het document betreft een verscherping van de controle op de visaanvoer en -verkoop op de Amsterdamse Dappermarkt. De auteur (vermoedelijk De Haer) meldt dat hij zijn ondergeschikte Reijinga heeft opgedragen om niet langer steekproeven te nemen, maar álle aangevoerde vis na te wegen. Dit duidt op een wantrouwen jegens de opgegeven gewichten of een algemene instructie voor strengere handhaving.
Daarnaast kondigt de auteur aan dat hij persoonlijk toezicht zal houden op de verkoop bij de "loods" aan de Wagenaarstraat (een zijstraat van de Dapperstraat). De rode aantekeningen van een latere datum (10 november) suggereren een vervolgactie waarbij gecontroleerd moet worden of de "ophaaldienst" zijn werk wel naar behoren doet. Het document dateert uit het najaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Vis was een schaars en kostbaar goed.
De marktinspectie speelde een cruciale rol in het bestrijden van de zwarte handel (sluikhandel). Door elke zending vis na te wegen, probeerden de autoriteiten te voorkomen dat handelaren vis "buiten de boeken" hielden voor de illegale verkoop. De Dappermarkt was toen (en is nu nog steeds) een van de belangrijkste volksmarkten van Amsterdam, waar dergelijke controles essentieel waren voor de officiële voedselvoorziening. De haastige, gelaagde notities weerspiegelen de bureaucratische druk en de noodzaak voor nauwgezette surveillance in oorlogstijd. Genoemd worden de heren "Reijinga" en "de Haer".