Handgeschreven verzoekschrift/brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/brief. 1943 (exacte dag niet vermeld, maar refereert naar 1 november). A.M. Schreuder, Cabralstraat 17 III, Amsterdam West. Een niet nader genoemde "Wel Edl Heer" (vermoedelijk de marktmeester of een functionaris bij de Dienst der Markten). No. 26/18/1 M. 1943
Wel Edl Heer
Hiermede ben ik zoo vrij mij tot Uw te wenden met het verzoek voor een plaats op de Markt gelegen aan de Dapperstraat daar mij Maandag 1 November is aangezegt dat ik niet meer mocht staan, ik zou hiermede geheel broodeloos worden, aangezien ik door verschillende instanties ben afgekeurd en dus ongeschikt
Reeds meer dan een jaar heb ik op de Markt mogen staan en dus in mijn onderhoud kunnen voorzien,
In afwachting van Uw een gunstig Antwoord temogen ontvangen
Noem ik mij
A.M. Schreuder
Adres, Cabralstraat 17 III
Amsterdam west * Inhoud: De schrijver, A.M. Schreuder, verzoekt om behoud of toewijzing van een staanplaats op de Dappermarkt in Amsterdam. Hem is op maandag 1 november (1943) medegedeeld dat hij daar niet langer mag staan. Hij voert aan dat hij hierdoor "broodeloos" (zonder inkomsten) raakt.
* Argumentatie: Schreuder benadrukt dat hij door "verschillende instanties" is afgekeurd voor regulier werk. Een marktplaats is voor hem de enige manier om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Hij voert ook aan dat hij dit werk al meer dan een jaar naar behoren doet.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele stijl van die tijd ("zoo vrij mij tot Uw te wenden"), maar bevat enkele spelfouten die duiden op een beperkte schoolopleiding of een fonetische schrijfstijl (bijv. "aangezegt" in plaats van "aangezegd", "temogen" aan elkaar geschreven, en "Uw" waar "U" bedoeld wordt).
* Uiterlijke kenmerken: De brief is geschreven op gelinieerd papier. Bovenaan staan administratieve aantekeningen in potlood en rode inkt ("456"), wat aangeeft dat het document officieel is verwerkt door een ambtelijke instantie. Dit document stamt uit 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en waren marktvergunningen van levensbelang voor kleine handelaren. De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van Amsterdam.
De opmerking dat de afzender door instanties is "afgekeurd" is saillant; in oorlogstijd probeerden veel mannen een officiële afkeuring voor arbeid te krijgen om te voorkomen dat zij via de Arbeitseinsatz in Duitsland moesten gaan werken. Tegelijkertijd betekende een afkeuring dat men aangewezen was op lichte arbeid, zoals de markthandel, om niet te verhongeren. De brief getuigt van de existentiële onzekerheid van de Amsterdamse burgerbevolking in het vierde oorlogsjaar. A.M. Schreuder