Brief (reproductie van een handgeschreven schrijven met ambtelijke kanttekening).
Origineel
Brief (reproductie van een handgeschreven schrijven met ambtelijke kanttekening). 23 juli 1943 (datum van de ambtelijke afhandeling). Mevr. J.H. Petersen-Borkent, Overtoom 286 boven, Amsterdam (West). [Hoofdtekst brief]
bevoegdheid wordt verleend of dat ik als ik in
de rij mijn beurt heb afgewacht in aanmerking
kan komen voor een bepaalde hoeveelheid
van de dan nog aanwezige voorraad.
U zult zich misschien wel kunnen
voorstellen dat dit, onder de huidige benarde
omstandigheden, in een burgergezin een
welkome bij-voeding betekent; die wij
slechts node zouden kunnen missen.
Voor de te nemen moeite zeg ik U
bij voorbaat beleefd dank.
Hoogachtend,
Uw Dw [Dienstwillige]
[Signatuur: J.H. Petersen-Borkent]
Mevr. J.H. Petersen-Borkent,
Overtoom 286 boven.
Amsterdam (West)
[Ambtelijke kanttekening onderaan]
Opbergen.
Aan mevr Petersen medegedeeld
dat de ambtenaar is opgedragen
toe te zien, dat niet steeds dezelfde
personen visch toegewezen krijgen.
Maar tevens medegedeeld, dat mogelijk
in de toekomst een distributieregeling
zal komen thans als afgedaan beschouwd.
23-7-43 [geparafeerd] Het document is een typerend voorbeeld van correspondentie tussen een burger en een (waarschijnlijk gemeentelijke) instantie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijfster, Mevrouw Petersen-Borkent, verzoekt om een formele bevestiging of bevoegdheid om na het wachten in de rij restanten van voorraden te mogen kopen.
Taalgebruik en Toon:
De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("U zult zich misschien wel kunnen voorstellen", "beleefd dank", "Hoogachtend"). Dit was gebruikelijk in die tijd, maar de nadruk op de "huidige benarde omstandigheden" en de noodzaak van "bij-voeding" voor een "burgergezin" onderstreept de precaire voedselsituatie van de burgerbevolking.
Inhoudelijke details:
Uit de ambtelijke krabbel onderaan blijkt dat het specifiek om "visch" (vis) gaat. De ambtenaar die de brief afhandelt, erkent de problematiek van eerlijke verdeling ("dat niet steeds dezelfde personen visch toegewezen krijgen") en zinspeelt op een toekomstige officiële distributieregeling voor dit product. De zaak wordt hiermee als "afgedaan" beschouwd en gearchiveerd ("Opbergen"). Dit document dateert van juli 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. Hoewel veel basisbehoeften al op de bon waren, waren er voor bepaalde producten (zoals vis) nog geen sluitende distributiesystemen, wat leidde tot lange rijen ("in de rij mijn beurt heb afgewacht") en onzekerheid over de verdeling van wat er nog beschikbaar was.
De Overtoom in Amsterdam-West, waar de afzendster woonde, was en is een centrale verkeersader. Dat een burger zich genoodzaakt voelt schriftelijk toestemming te vragen om simpelweg in de rij te mogen staan voor voedselrestanten, illustreert de verregaande bureaucratisering en de dagelijkse overlevingsstrijd tijdens de bezetting. De ambtelijke reactie is zakelijk en illustreert de pogingen van de lokale overheid om de distributie in goede banen te leiden te midden van toenemende tekorten.