Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 5 juli 1943. B. van Romen (Kinkerstraat 81, Amsterdam; geboren 7-4-1919). Vermoedelijk de marktmeester of de betreffende gemeentelijke dienst van de markt (geadresseerd aan "H.H.", waarschijnlijk 'Heren Hoofden'). [Stempel linksboven:]
No. 27/17/1 M. 1943 9/7
[Rechtsboven:]
//
7
A’dam 5 Juli ’43.
[Aanhef:]
H.H.
[Hoofdtekst:]
Met het oog op mijn tewerk
stelling in Duitsland laat ik u even
weten dat ik niet meer in staat ben
mijn marktgeld te voldoen en gaarne
zag dat u mij hiervan vrijstelling
gaf, zoo dat mijn plaats in de Ten Katestr
niet zal verloopen.
In afwachting op uw
nader bericht verblijf ik
u hoogachtend.
B v Romen
[Linksonder:]
B. van Romen,
7 - 4 - 1919
Kinkerstraat 81
[Handgeschreven notitie diagonaal over het midden:]
m.i. geen bezwaar
inf. bij arb. bureau
12-7-43
[onleesbare paraaf, mogelijk ‘deltah’]
[Onderaan:]
Gew. Arbeidsbureau kon
geen inlichtingen geven
W. 13/7 ’43.
[Rechterkantlijn, verticaal geschreven:]
Kan als afgevoerd worden
beschouwd. Fr. Romen werkt
voor d. weermacht in Nederland.
Enige zak moet tegen worden
gesteld. [onleesbaar] 12/8 ’43
opb [onleesbaar]
[Rechtsonder, kleine notities:]
opgr. per [onleesbaar]
in dezer dagen
W. 13/7
nogmaals opgr.
vóór 28/7 ’43.
W. 23/7 Het document is een verzoekschrift van de 24-jarige B. van Romen aan de Amsterdamse marktinstanties. De kern van het verzoek is het behouden van zijn standplaats op de Ten Katemarkt. Van Romen is opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling) in Duitsland. Omdat hij door zijn vertrek geen inkomsten meer heeft uit zijn markthandel, kan hij het verschuldigde marktgeld niet betalen. Hij verzoekt om vrijstelling van betaling om te voorkomen dat hij zijn vergunning (“plaats”) verliest.
De ambtelijke aantekeningen op de brief tonen de bureaucratische afhandeling:
1. Er is aanvankelijk "geen bezwaar" tegen het verzoek, mits geverifieerd bij het Arbeidsbureau (12 juli).
2. Het Gewestelijk Arbeidsbureau kan op 13 juli echter geen uitsluitsel geven over zijn status.
3. Een cruciale wending staat in de kantlijn (gedateerd 12 augustus 1943): Van Romen hoeft niet meer als "geval" behandeld te worden omdat hij werk heeft gevonden voor de Duitse Wehrmacht binnen Nederland. Hierdoor is de noodzaak voor vrijstelling wegens uitzending naar Duitsland vervallen of veranderd. Dit document biedt een inkijk in het dagelijks leven in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, specifiek in 1943. Dit was het jaar waarin de Duitse bezetter de Arbeitseinsatz drastisch intensiveerde; tienduizenden Nederlandse mannen werden gedwongen in de Duitse oorlogsindustrie te werken.
De brief illustreert de overlevingsstrategieën van burgers: Van Romen probeert enerzijds zijn burgerlijke bestaan (zijn marktplaats) veilig te stellen voor de tijd na zijn terugkeer, en anderzijds lijkt hij de deportatie naar Duitsland te hebben voorkomen door voor de Wehrmacht in Nederland te gaan werken. Werken voor de bezetter in eigen land was een veelgebruikte manier om aan de gevaarlijke en zware tewerkstelling in Duitsland te ontsnappen, hoewel dit na de oorlog als collaboratie kon worden gezien. De Ten Katemarkt in de Kinkerbuurt was (en is) een belangrijke volksmarkt, en het behoud van een standplaats was essentieel voor iemands bestaanszekerheid.