Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 609
Dossier 92
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / adviesblad.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / adviesblad. [Regel 1] Hr Inspecteur,
[Regel 2] M.i. bestaat geen bezwaar,
[Regel 3] dat P.L. de Mulder toestemming voor
[Regel 4] assistentie wordt verleend
[Regel 5] bij name van A.M. de Mulder-
[Regel 6] Reijsen, geb. 19-10-10 (zie pers. bew.
[Regel 7] A 35/270652)
[Regel 8] 27/11-43 [Handtekening: J. v. Mossel?]

[Regel 9] m.i. geen bezwaar zie
[Regel 10] rapport th. v. Maanen
[Regel 11] 29-11-43
[Regel 12] deHaas

[Regel 13] middelhulp
[Regel 14] [Paraaf]
[Regel 15] [In rood potlood:] 27/28/2 Het document is een interne ambtelijke correspondentie waarin twee functionarissen hun akkoord geven voor een verzoek tot "assistentie". Het betreft waarschijnlijk een aanvraag voor huishoudelijke hulp of een specifieke sociale vergunning voor de genoemde mevrouw A.M. de Mulder-Reijsen (geboren in 1910).

Opvallend is de vermelding van het "pers. bew." (persoonsbewijs) met nummer A 35/270652. Dit was de verplichte legitimatie tijdens de bezettingsjaren. Er wordt verwezen naar een rapport van een zekere "Th. v. Maanen", wat suggereert dat er voorafgaand een onderzoek heeft plaatsgevonden naar de noodzaak of achtergrond van de aanvraag. De term "middelhulp" onderaan duidt mogelijk op de categorie of de mate van de toegekende hulp. Dit document stamt uit november 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. In deze tijd was de bureaucratie zeer streng; voor bijna elke vorm van extra hulp, verplaatsing of middelen was toestemming nodig van de autoriteiten.

Het Persoonsbewijs, dat hier expliciet wordt genoemd, werd in 1941 ingevoerd door de bezetter en was een belangrijk instrument voor controle op de bevolking. De afkorting "M.i." staat voor "Mijns inziens", een standaard ambtelijke term. De notitie geeft een inkijkje in hoe lokale administraties (waarschijnlijk de politie of sociale dienst) in oorlogstijd verzoeken van burgers afhandelden door middel van opeenvolgende goedkeuringen van verschillende beambten.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke correspondentie waarin twee functionarissen hun akkoord geven voor een verzoek tot "assistentie". Het betreft waarschijnlijk een aanvraag voor huishoudelijke hulp of een specifieke sociale vergunning voor de genoemde mevrouw A.M. de Mulder-Reijsen (geboren in 1910).

Opvallend is de vermelding van het "pers. bew." (persoonsbewijs) met nummer A 35/270652. Dit was de verplichte legitimatie tijdens de bezettingsjaren. Er wordt verwezen naar een rapport van een zekere "Th. v. Maanen", wat suggereert dat er voorafgaand een onderzoek heeft plaatsgevonden naar de noodzaak of achtergrond van de aanvraag. De term "middelhulp" onderaan duidt mogelijk op de categorie of de mate van de toegekende hulp.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. In deze tijd was de bureaucratie zeer streng; voor bijna elke vorm van extra hulp, verplaatsing of middelen was toestemming nodig van de autoriteiten.

Het Persoonsbewijs, dat hier expliciet wordt genoemd, werd in 1941 ingevoerd door de bezetter en was een belangrijk instrument voor controle op de bevolking. De afkorting "M.i." staat voor "Mijns inziens", een standaard ambtelijke term. De notitie geeft een inkijkje in hoe lokale administraties (waarschijnlijk de politie of sociale dienst) in oorlogstijd verzoeken van burgers afhandelden door middel van opeenvolgende goedkeuringen van verschillende beambten.