Verslag van een verhoor / getuigenverklaring.
Origineel
Verslag van een verhoor / getuigenverklaring. 14 mei 1943. Wolff gehoord op 14 Mei 1943 door den Directeur en den Heer Van Meurs.
Steeds zelfde menschen in de rij. Verscheidene menschen komen dagelijks. Ook klacht van publiek, die 2 keer in de rij gaan staan. Dames Craaybeek. Klacht bij Directeur.
Ontkent uitlating dames "vreet ik zelf op en de agenten". Niemand heeft keus van visch vele klachten over voorrangskaarten. Op één dag 37 voorrangskaarten geteld.
Geeft wanorde op de markten, agenten trachten visch te krijgen ook in burger. Heb ik einde aan gemaakt eenige tijd geleden. Ik weiger steeds menschen in de loods te laten buiten de rij. Echter 2 loodsen. Als ik in één loods controleer dan is het mogelijk, dat er iemand in de andere loods komt, zonder dat ik het zie, Ik turf regelmatig. Ik heb niet den indruk, dat er visch verdwijnt tusschen De Ruyterkade en de Lindengracht. Ook verkoop in loodsen gebeurt regelmatig. Echter slechts voor 50% mogelijk. In andere loods kan ik niet alles waarnemen. Ik koop nooit visch in de loodsen. Bestelt wel eens visch bij Frans Visser, halhouder $\pm$ 3 weken geleden 3 pond aal gehad, geen andere visch.
Normaal eens per 3 of 4 weken krijg ik visch.
Ik bevorder verder niet dat agenten visch kunnen koopen. ook niet in burger na diensttijd. Trachten ze wel te doen, maar lukt ze niet.
Sedert 2 à 3 maanden laat ik niet meer toe, dat ze visch koopen.
Klacht dames is onwaar, verklaar ik ambtseedig^t, 4 kg. aal van 4 kisten is toch absurd. Daaruit blijkt reeds de waanzinnigheid van deze klacht. Het publiek verdiep^t zich steeds in allerlei veronderstellingen, die kant noch wal raken. Daar zijn wij reeds langzaam ^aan gewoon.
Brigadier Maas werk ik veel mee. Is zeer strenge chef voor de agenten. Is wel eens met adsp. buiten geweest ter controle op agenten. Ik geloof wel, dat deze adsp. visch hebben gekocht. Ze hadden tenminste tasschen bij zich.
Verkoop Fleysman en Visser aan klanten. Echter ook altijd voor een deel aan de rij, hoewel ze dit volgens voorschrift voor winkeliers niet behoeven te doen.
Directeur vraagt: Is het mogelijk, dat visch van de overigen handelaren over gaat aan Fleysman en Visser.
Wolff: Kan ik niet beoordeelen! Heb sterk den indruk van niet.
Brigadier Maas is zeer positief in zijn meening. Ik neem geen visch en ik wil ook niet, dat mijn menschen het doen en als ik het zou merken, gaan ze op de bon. Wolff weet wel zeker, dat deze Brigadier dat niet doet. Het document is een verslag van een intern onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden bij de visdistributie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het verhoor draait om beschuldigingen van corruptie, vriendjespolitiek en diefstal.
Hoofdpunten uit de verklaring van Wolff:
1. Publieke onrust: Er is sprake van onvrede bij het publiek over de lange rijen en het gebruik van 'voorrangskaarten'. Wolff meldt dat sommige mensen dagelijks in de rij staan of zelfs twee keer aansluiten.
2. Beschuldigingen van de dames Craaybeek: Deze dames claimen dat agenten vis achteroverdrukken ("vreet ik zelf op"). Wolff ontkent dit ten stelligste en noemt de bewering dat er 4 kg aal uit 4 kisten zou zijn ontvreemd "waanzinnig".
3. Toezicht in de loodsen: Wolff geeft toe dat het lastig is om toezicht te houden op twee loodsen tegelijk. Hij erkent dat agenten in burger proberen vis te kopen, maar stelt dat hij hier streng tegen optreedt.
4. Eigen verbruik: Wolff geeft toe af en toe (eens per 3-4 weken) vis te kopen via de officiële weg (Frans Visser), maar ontkent illegale praktijken.
5. Rol van de politie: Hij prijst Brigadier Maas als een streng en integer officier, maar uit zijn vermoeden dat 'aspiranten' (agenten in opleiding) mogelijk wel vis hebben gekocht, gezien de tassen die zij bij zich droegen. Dit document stamt uit mei 1943, een periode van schaarste en strenge distributie in het bezette Nederland. Vis was een schaars goed en de handel ervan was strikt gereguleerd. De locaties (De Ruyterkade en de Lindengracht) wijzen op de Amsterdamse vismarkt.
In deze periode was de controle op de voedselvoorziening cruciaal voor de bezetter en de plaatselijke autoriteiten om sociale onrust te voorkomen. De verdenking dat politieagenten hun positie misbruikten om voedsel te bemachtigen ('buiten de bon om') was een zeer gevoelige kwestie. Het verhoor weerspiegelt de spanning tussen de uitvoerende ambtenaren, de handelaren (zoals Visser en Fleysman) en het ontevreden publiek dat urenlang in de rij moest staan voor minimale rantsoenen. De opmerking "gaan ze op de bon" aan het einde van het document is een eufemisme voor het opmaken van een proces-verbaal. Wolff (gehoorde) de Directeur de heer Van Meurs Dames Craaybeek (klagers) Frans Visser (halhouder) Fleysman (handelaar) Brigadier Maas. Politie