Briefkopie/Ambtelijk verslag (Pagina 2)
Origineel
Briefkopie/Ambtelijk verslag (Pagina 2) 26 augustus 1943 Bladzijde 2 van brief no.29/16/1 M. d.d. 26 Augustus 1943 aan de Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van de Directeur van het Marktwezen.
vervolg. 81.
inziens geen ernstig bezwaar te bestaan, aangezien visch in den regel slechts van Woensdag tot en met Zaterdag wordt aangevoerd en de verkoop daarvan dan meestal in een uur tijd is afgelopen, terwijl deze voorts onder toezicht geschiedt. Den overigen bona-fide kooplieden ware een plaats op een der andere markten aan te wijzen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken, indien U met deze regeling accoord kunt gaan, wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van de Burgemeester bepaald wordt, dat de algemeene dagmarkt aan de Nieuwmarkt voorlopig tot nader order niet wordt gehouden, met dien verstande, dat ter plaatse alleen de verkoop van visch zal blijven gehandhaafd.
De Directeur,
w.g. (Sixma)
Ondergetekende moge van een afwijkende zienswijze ten aanzien van het bovenstaande blijk geven.
Ontegenzeggelijk is, dat op de Nieuwmarkt de zwarte handel welig tiert. Een vluchtige blik ter plaatse doet daarvan overtuigd zijn. Het zal evenwel geen tegenspraak ontmoeten, indien wordt aangenomen, dat met opheffing van deze markt de zwarte handel in het algemeen noch in die buurt ook maar enigszins wordt tegengegaan. Deze handel wordt bij een eventuele opheffing dier markt er mogelijk wel gehinderd. Overigens laat het zich aanzien, dat deze handel zich dan in de omgeving in zijstraten en cafétjes zal nestelen of deels naar andere markten zal verplaatsen. Dit alles behoeft voor de Overheid nog geen reden te zijn om de markt niet op te heffen, indien de markt daar ter plaatse het drijven van zwarte handel zou vergemakkelijken. De vraag moet daarbij naar mijn inzicht onder de ogen worden gezien of niet andere belangen, namelijk die van de bona-fide kooplieden op deze markt, worden geschaad. Daarbij blijve nog onbezien een andere vraag, namelijk deze: of met het eventueel verplaatsen van deze kooplieden ook niet een [doorhaling: afxmxk] deel van de zwarte handelaren mee naar de andere markten zullen trekken.
Het wil mij voorkomen, dat nog eens geprobeerd moet worden met het instandhouden van de Nieuwmarkt door uitsluitend standplaats te verlenen aan te goeder naam en faam bekend staande kooplieden en onder de stringente voorwaarde, dat slechts één persoon achter een kraam plaats mag nemen. Voorts ware bijzondere zorg te besteden aan de opstelling van de markt door deze zoo overzichtelijk mogelijk te doen zijn.
De doorslaggevende reden om deze markt in stand te houden is voor mij hierin gelegen, dat naar mijn oordeel in deze tijd wel behoefte is aan het te koop aanbieden van de tweede handsch producten in het bijzonder ijzerwaren. Het overbrengen van den verkoop van deze producten naar een of meer andere markten schijnt mij - gezien de aard dezer markten - minder geschikt.
Op grond van een en ander meen ik U niet te mogen adviseren tot opheffing van de Nieuwmarkt over te gaan en althans meende ik U mijn zienswijze omtrent deze aangelegenheid onder Uwe aandacht te moeten brengen alvorens U tot een definitieve beslissing zou komen.
De Gemeentelijke Adviseur voor
voedings- en distributieaangelegenheden, Dit document toont een ambtelijke discussie over het marktbeleid in bezet Amsterdam. Er zijn twee tegengestelde standpunten:
- De Directeur van het Marktwezen (Sixma): Pleit voor de feitelijke opheffing van de algemene dagmarkt op de Nieuwmarkt. Alleen de vismarkt mag blijven bestaan omdat deze kort duurt en goed controleerbaar is. "Goede" (bona-fide) kooplieden moeten maar naar andere markten verhuizen.
- De Gemeentelijke Adviseur: Is het hier niet mee eens. Hij erkent dat er veel zwarte handel is, maar stelt dat het sluiten van de markt dit probleem niet oplost; de handel verplaatst zich simpelweg naar zijstraten en cafés. Hij adviseert de markt te behouden met strengere regels (alleen bekende kooplieden, één persoon per kraam, overzichtelijke opstelling). Zijn belangrijkste argument is sociaal-economisch: er is in oorlogstijd een grote behoefte aan de handel in tweedehands goederen en ijzerwaren, waarvoor de Nieuwmarkt de aangewezen plek is. De datum, 26 augustus 1943, is cruciaal. Nederland bevindt zich in de diepste fase van de Duitse bezetting.
- Schaarste en Zwarte Handel: Door de distributie en de tekorten aan alles (voedsel, metalen, kleding) was de zwarte handel een essentieel, maar illegaal onderdeel van het dagelijks overleven geworden. De overheid probeerde dit met harde hand te onderdrukken.
- Locatie: De Nieuwmarkt lag in het hart van de voormalige Joodse buurt. In de zomer van 1943 waren de grote deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam nagenoeg voltooid. De markt was vanouds een plek van handel in "ongeregelde goederen".
- Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in 1943 maakte deel uit van het collaborerende gemeentebestuur onder een NSB-burgemeester (E.J. Voûte). De discussie weerspiegelt de voortdurende strijd van de bezetter en de meewerkende instanties om de openbare orde en de distributie onder controle te houden, terwijl de bevolking afhankelijk was van informele markten voor hun basisbehoeften.