Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 134
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / intern memo.

31 mei 1943.

Origineel

Ambtelijke notitie / intern memo. 31 mei 1943. Plaats op de (linksboven) / A’dam 31/5 1943 (rechtsboven)
Nieuwmarkt (linksboven)

29/7/2 (rood potlood) / W. h. M.

Onder terugzending
van het met Uw kantteekening
dd. 17 dezer om
advies ontvangen stuk
no. 25/1 T.M. 1943 heb ik
de eer U te berichten,
dat uit een ingesteld onderzoek
is [doorgehaald] gebleken,
dat adressant een plaats
vraagt voor den verkoop
v. 2e handsch goederen
op de Nieuwmarkt.
Aangezien hij niet
in het bezit was van de
voor dezen verkoop
benoodigde machtiging
is hem de raad
gegeven zich te wenden
tot het betr. Rijksbureau
te Den Haag. De zaak kan
hiermee voorloopig als afgedaan
worden beschouwd. Het document is een ambtelijke reactie op een verzoek van een burger ("adressant") om een marktplaats op de Amsterdamse Nieuwmarkt. De schrijver van de notitie rapporteert aan de Wethouder voor Marktwezen (W.h.M.) over de resultaten van een onderzoek naar deze aanvraag.

De kern van de afwijzing ligt in het ontbreken van de juiste papieren. In de context van de Tweede Wereldoorlog was de handel in goederen, zeker tweedehands goederen, strikt gereguleerd door centrale overheidsinstanties (de zogenaamde Rijksbureaus). De aanvrager heeft niet de vereiste 'machtiging' (vergunning) van het betreffende Rijksbureau in Den Haag. Zolang deze machtiging er niet is, kan de gemeente Amsterdam geen standplaats toewijzen. De zaak wordt daarom door de lokale ambtenaar als "voorlopig afgedaan" beschouwd. Dit document stamt uit mei 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De distributie van goederen was volledig onder controle van de staat om schaarste te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan. De "Rijksbureaus" waren centrale organen die toezagen op de handel in specifieke sectoren (bijv. metalen, textiel, of in dit geval wellicht algemene gebruiksgoederen).

De locatie, de Nieuwmarkt, is historisch relevant. Gelegen aan de rand van de toenmalige Jodenbuurt, was dit een plek waar de dynamiek van de markt en de beperkingen van de bezetting elkaar direct raakten. Veel marktkooplieden waren hun plek al kwijtgeraakt door anti-Joodse maatregelen, en nieuwe aanvragen werden streng getoetst aan de complexe bureaucratische regels van het bezettingsbestuur.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke reactie op een verzoek van een burger ("adressant") om een marktplaats op de Amsterdamse Nieuwmarkt. De schrijver van de notitie rapporteert aan de Wethouder voor Marktwezen (W.h.M.) over de resultaten van een onderzoek naar deze aanvraag.

De kern van de afwijzing ligt in het ontbreken van de juiste papieren. In de context van de Tweede Wereldoorlog was de handel in goederen, zeker tweedehands goederen, strikt gereguleerd door centrale overheidsinstanties (de zogenaamde Rijksbureaus). De aanvrager heeft niet de vereiste 'machtiging' (vergunning) van het betreffende Rijksbureau in Den Haag. Zolang deze machtiging er niet is, kan de gemeente Amsterdam geen standplaats toewijzen. De zaak wordt daarom door de lokale ambtenaar als "voorlopig afgedaan" beschouwd.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De distributie van goederen was volledig onder controle van de staat om schaarste te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan. De "Rijksbureaus" waren centrale organen die toezagen op de handel in specifieke sectoren (bijv. metalen, textiel, of in dit geval wellicht algemene gebruiksgoederen).

De locatie, de Nieuwmarkt, is historisch relevant. Gelegen aan de rand van de toenmalige Jodenbuurt, was dit een plek waar de dynamiek van de markt en de beperkingen van de bezetting elkaar direct raakten. Veel marktkooplieden waren hun plek al kwijtgeraakt door anti-Joodse maatregelen, en nieuwe aanvragen werden streng getoetst aan de complexe bureaucratische regels van het bezettingsbestuur.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 3