Ambtelijk rapport van de Gemeente Amsterdam, Dienst Marktwezen.
Origineel
Ambtelijk rapport van de Gemeente Amsterdam, Dienst Marktwezen. 10 augustus 1943. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Getypte tekst]
MARKTWEZEN - AMSTERDAM
No. 29/10/2 M. 1943 11/8 [handgeschreven toevoeging]
R A P P O R T
In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen heb ik, J. H. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen een nader onderzoek ingesteld naar den verkoop van al of niet belegde broodjes, koeken en andere geringe etenswaren. Uit dit onderzoek is mij gebleken;
De verkoop van belegde broodjes vindt niet meer plaats door kooplieden die een marktplaats innemen. Wel geschiedt dit door personen (meest vrouwen), die met een met belegde broodjes gevulde tasch, de markt op en neer loopen en de broodjes aan het publiek verkoopen.
De verkoop van koek vindt echter wel plaats. Door mej. M.H.van Dijk, wonende Distelweg 62 alhier, worden koeken verkocht tegen den prijs van F.0,30 per stuk. Deze koeken zijn niet z.g. bonloos. Deze koeken worden door mej. Van Dijk ingekocht tegen afgifte van Distributiebonnen. Deze bonnen koopt zij op. De koeken verkoopt zij op de markt zonder bon. De bepalingen van de Distributiewet worden dus bij den verkoop door mej. Van Dijk niet nagekomen.
Tevens maakt zij zich schuldig aan overtreding van art. 1 van het Prijsaanduidingsbesluit 1941, daar zij de waren, welke op haar verkoopstand zichtbaar uitgestald worden, in het geheel niet prijst.
Door mej. Van Dijk wordt eveneens consumptie schepijs verkocht. Zij betaalt dagelijks haar marktgeld (25 ct.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 10 Augustus 1943.
De Controleur voornoemd,
[Handtekening: J.H. de Grebber]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R .
[Handgeschreven kanttekeningen en marges]
Linksboven (lijst met namen):
Snoeck.
Dijkema . Wy.
R’ga.
Engels.
Wolff.
Rechtsboven:
n.i. Div. N
Midden (besluit/instructie):
M.i. Mej. v Dijk geen plaats meer geven op de Nieuwmarkt, noch op andere dagmarkten.
[Geparafeerd] JH 13/8 43
Onderaan:
Th. de Vries
doorgeven en
noteren van
bij kaarten losse
plaatsh. welke
zij niet zal
krijgen S Dit rapport biedt een inkijk in de handhaving van de economische wetgeving in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak betreft mejuffrouw M.H. van Dijk, die op de markt koeken verkoopt zonder de wettelijk verplichte distributiebonnen (rantsoenbonnen) van haar klanten te vragen.
De inspecteur stelt vast dat zij zelf bonnen "opkoopt" om haar voorraad te verkrijgen, wat duidt op handel in de grijze of zwarte markt. Daarnaast overtreedt zij het Prijsaanduidingsbesluit 1941, een maatregel die door de bezetter was ingevoerd om inflatie en prijsopdrijving van schaarse goederen tegen te gaan.
Opmerkelijk is de beschrijving van de "mobiele" verkoop van broodjes door vrouwen met tassen. Dit was een methode om de strikte controle op vaste marktkramen te ontwijken. De sanctie voor mej. Van Dijk, zoals genoteerd in het handgeschreven besluit van 13 augustus 1943, is zwaar: zij krijgt een verbod om nog op de Nieuwmarkt of andere Amsterdamse dagmarkten te staan. De administratieve instructie onderaan zorgt ervoor dat zij ook geen tijdelijke "losse" standplaatsen meer kan bemachtigen. In 1943 was de voedselschaarste in Nederland groot en was vrijwel alles "op de bon". De Distributiewet moest zorgen voor een eerlijke verdeling, maar creëerde tegelijkertijd een enorme zwarte markt. Ambtenaren van het Marktwezen fungeerden in deze periode als handhavers van deze strikte regels. De Nieuwmarkt, die in het rapport wordt genoemd, lag in de voormalige Joodse buurt (Jodenbuurt), die op het moment van schrijven (augustus 1943) vrijwel volledig was leeggehaald door deportaties. De markt daar was echter nog steeds een belangrijk economisch knooppunt waar de autoriteiten scherp toezagen op illegale handelspraktijken. De genoemde woonplaats van de verdachte, Distelweg 62, bevindt zich in Amsterdam-Noord.