Brief (verzoekschrift voor een marktstandplaats)
Origineel
Brief (verzoekschrift voor een marktstandplaats) 18 oktober 1943 G. H. Frans No. 29/73/1 M. 1943 ^W/10 $\gamma$ 314
Amsterdam 18 Oct 43
Weledele heer daar ik vorige
week op uw bureau was
om een ==vaste standplaats==
==op de Nieuwmarkt== aan
te vragen zeiden zij mij
dat ik een schriftelijk
verzoek bij u moest in-
dienen en nu zou ik
gaarne zien dat u mijn kunt
helpen Ik sta met ==koek==
==en gebak op de Nieuwmarkt==
mijn naam is G. H. Frans
Dusartstraat 31 II
geboren 28 Sept 1921 te
Hoogezand Gr
mijn voorkeurs kaart is van
8 Maart 1943 en het numer
is 173. Dus nu hoop ik spoedig
iets van uw te horen bij voor
baat mij hartelijken dank
in afwachting blijvende
[Handtekening: G.H. Frans] * Inhoud: De afzender, de heer G.H. Frans, verzoekt officieel om een vaste standplaats op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Hij geeft aan dat hij daar reeds staat met een handel in "koek en gebak".
* Persoonsgegevens: De schrijver is een jonge man van 22 jaar (geboren in 1921 te Hoogezand, Groningen). Hij woont in de Dusartstraat in de Amsterdamse Pijp.
* Administratieve details: Er wordt melding gemaakt van een "voorkeurs kaart" met nummer 173, gedateerd op 8 maart 1943. Dit wijst op een gereguleerd systeem van marktvergunningen tijdens de oorlogsjaren.
* Taal en stijl: De brief is geschreven in een beleefde, enigszins formele toon ("Weledele heer", "in afwachting blijvende"), maar bevat enkele spelfouten en archaïsmen die typerend zijn voor die tijd of het opleidingsniveau van de schrijver ("numer" in plaats van nummer, "bij voor baat" in plaats van bij voorbaat).
* Annotaties: De rode onderstrepingen ("vaste standplaats", "op de Nieuwmarkt", "koek en gebak") zijn waarschijnlijk later aangebracht door een ambtenaar om de kern van het verzoek snel te kunnen categoriseren. Dit document stamt uit oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nieuwmarkt was in deze periode een beladen plek; het lag aan de rand van de Jodenbuurt die in 1943 vrijwel volledig was leeggehaald door deportaties. De handel op de markt ging echter door, zij het onder strikt toezicht van de bezetter en de gemeente.
De "voorkeurskaart" waar de schrijver naar verwijst, was onderdeel van het distributie- en vergunningenstelsel. In een tijd van schaarste was een standplaats voor levensmiddelen (zoals koek en gebak) van groot economisch belang. De bureaucratische afhandeling, waarbij een mondelinge vraag op een bureau moest worden opgevolgd door een schriftelijk verzoek, toont aan dat het ambtelijk apparaat in Amsterdam ondanks de oorlogsomstandigheden nauwgezet bleef functioneren. G.H. Frans H. Frans Puls