Ambtelijk memorandum/notitievloeiblad van de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling).
Origineel
Ambtelijk memorandum/notitievloeiblad van de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling). 27 september 1943 tot 22 oktober 1943. M. Vrij
Spoedig advies
27/9 '43.
[In rode inkt]:
Reeds zooveel jaren een losse plaats op de
Noordermarkt (textielgoederen)
30/9 '43
Ch [paraaf]
[Middelste gedeelte, zwarte inkt]:
Oproepen. Losse plaats
Noordermarkt toewijzen indien
vergunning Duitsch O.K.
Onger. [Opgeroepen] per 8/10 '43.
H [paraaf]
[In dunnere pen]:
Vraagt plaats o/d Nieuwmarkt
H. Strijen
Spoedig advies aub.
H [paraaf] 8/10 '43.
[Onderste gedeelte, blauw/zwarte inkt]:
Van Batum kan voor een vaste plaats
in aanmerking komen.
Heb hem er op gewezen dat hij geen
textielgoederen op de markt mag brengen.
18/10 '43
[Onderaan]:
Opgeroepen [?] per 13/10
Opgeroepen per 21/10 '43. H [paraaf]
Losse plaatsen uitgesteld. Opbergen 22/10 '43.
de amb.
[Handtekening/Paraaf] Het document is een interne correspondentie over de toewijzing van marktplaatsen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er zijn drie opvallende aspecten in de tekst:
- Duitse controle: De instructie "indien vergunning Duitsch O.K." onderstreept de directe bemoeienis van de bezetter met lokale economische activiteiten. Marktkooplieden hadden in deze periode specifieke (vaak politieke of ariër-)verklaringen nodig om te mogen handelen.
- Schaarste aan textiel: In de rode tekst wordt vermeld dat iemand al jaren textiel verkoopt, maar bij de toewijzing aan Van Batum (18/10) staat expliciet dat hij geen textielgoederen mag meebrengen. Dit duidt op de extreme schaarste en de strenge distributieregels voor textiel in 1943; de handel hierin was nagenoeg stilgelegd of zwaar gereguleerd door de Rijksbureaus.
- Vaste vs. Losse plaatsen: Er wordt onderscheid gemaakt tussen een "losse plaats" (dagplaats) en een "vaste plaats". Van Batum lijkt te promoveren naar een vaste plek, mits hij zich aan de goederenbeperking houdt. In de herfst van 1943 was de oorlogssituatie in Nederland grimmig. De economie stond volledig in dienst van de Duitse oorlogsmachine. De markten in Amsterdam (zoals de Noordermarkt en Nieuwmarkt) waren cruciaal voor de voedselvoorziening en de handel in tweedehands goederen, aangezien nieuwe producten nauwelijks meer verkrijgbaar waren. De bureaucratie rondom de markten was complex: ambtenaren moesten laveren tussen de oude gemeentelijke verordeningen en de nieuwe, dwingende eisen van de Duitse bezettingsautoriteiten met betrekking tot vergunningen en de distributie van schaarse goederen zoals kleding en stoffen. M. Vrij (ambtenaar) H. Strijen (aanvrager) Van Batum (aanvrager). Gemeente Amsterdam Marktwezen