Administratieve kaart/oproeping voor een marktkoopman.
Origineel
Administratieve kaart/oproeping voor een marktkoopman. Februari - maart 1939. [Linkerzijde]
Nº 27/19/4 M. 339 [Paars stempel]
23/2/39 Hg [Handgeschreven in kleine letters bovenin]
Opgeroepen per
(datum) 27 Febr. 39 (uur) 9
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Ten Katestraat
V.K.K. 280
Aan Da Costa da Fonseca
de Clercqstr. 72 h.
[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproeping geen
gevolg gegeven:
schrappen
1-3-39
[Handtekening/Paraaf, bijv. deHaas]
Opbergen
geschrapt 1/3 '39
form. no. 466
1/3 '39 R [Paraaf] Dit document is een officiële administratieve kaart van de marktinspectie in Amsterdam uit het begin van 1939. De kern van de zaak is een overtreding van de marktreglementen:
- Aanleiding: De persoon in kwestie, Da Costa da Fonseca, woonachtig aan de De Clercqstraat 72 huis, wordt opgeroepen omdat hij/zij de toegewezen standplaats op de Ten Katemarkt (Ten Katestraat) niet regelmatig bezet. In die tijd was continuïteit een vereiste om een vergunning te behouden.
- Procedure: Er is een oproep verstuurd voor een gesprek op 27 februari 1939 om 9:00 uur.
- Resultaat: De inspecteur noteert op 1 maart 1939 dat er "geen gevolg" is gegeven aan de oproeping (de persoon is niet verschenen). Het advies luidt "schrappen", wat betekent dat de vergunning voor de marktplaats wordt ingetrokken.
- Afhandeling: De kaart is op 1 maart 1939 gearchiveerd ("Opbergen") met de definitieve status "geschrapt". Het document biedt een inkijkje in de strikte handhaving van het Amsterdamse marktsysteem aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katemarkt was (en is) een belangrijke volksmarkt in Amsterdam-West.
De naam Da Costa da Fonseca is een typisch Portugees-Joodse achternaam, die veel voorkwam in Amsterdam. De De Clercqstraat ligt in de directe nabijheid van de Ten Katestraat. In de jaren '30 werkten veel Joodse Amsterdammers als zelfstandig ondernemer of marktkoopman. Gezien de datum (maart 1939) en de aard van de achternaam, kan dit document deel uitmaken van een groter archief betreffende de regulering (en later de vervolging/uitsluiting) van Joodse ondernemers, hoewel hier in 1939 nog sprake lijkt van een reguliere handhaving van marktregels.