Kopie van een officiële oproepbrief met handgeschreven ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Kopie van een officiële oproepbrief met handgeschreven ambtelijke aantekeningen. 24 maart 1939 (getypt); aantekeningen gedateerd op 27 en 29 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Getypte tekst:]
Gezonden aan: L. Prins Uithoornstraat 5
L. Barzilay Nw.Uilenburgerstraat 6 III
J.M. Aufdemkampe Agatha Dekenstraat 44 II g.
M. Druif Oude Schans 34.
~~MXXXXXXX~~
27/28/11 [gestempeld]
extra [handgeschreven]
24 Maart 1939.
Hiermede verzoek ik U op Maandag 27 Maart a.s. te
10 uur v.m. te mijnen kantore te willen komen.
De Directeur,
[Handgeschreven aantekeningen:]
(Prins en Barzilay komen
Woensdag 29 Maart)
Op 27 Maart afgesproken met:
Aufdemkampe, Druif,
dat zij voortaan hunne marktplaatsen vol-
komen rein zullen houden, tijdens markttijd
en dat zij hun plaatsen rein zullen verlaten,
door deze meteen bezem aan te vegen. Zij
zullen van dit onderhand mededeeling doen
aan Vr. Vrij. Daartegenover zal ik hen de hen
reeds opgelegde voorwaardelijke straf niet
doen ondergaan.
27/3 ’39
ex. Th. de Leer w.g. Th. de Leer
[Marginale notitie rechts:]
op 29 Maart een
zelfde afspraak ge-
maakt met Prins en
Barzilay
afgep. in afd. [...]
29/3 1939 Dit document is een administratief verslag van een tuchtgesprek met marktkooplieden in Amsterdam, kort voor de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de reinheid van de marktplaatsen.
- Handhavingsmechanisme: De kooplieden hadden blijkbaar al een "voorwaardelijke straf" gekregen (mogelijk een boete of tijdelijke ontzegging van de standplaats). De Directeur hanteert hier een pragmatische aanpak: de straf wordt niet ten uitvoer gelegd mits de kooplieden zich strikt houden aan nieuwe afspraken over het schoonhouden en aanvegen van hun plek.
- Geadresseerden: De lijst bevat namen van Amsterdamse marktkooplieden. De adressen (zoals de Nieuwe Uilenburgerstraat en de Oude Schans) liggen in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam, wat suggereert dat het hier om kooplieden gaat die op markten in dat deel van de stad stonden (bijv. het Waterlooplein of de markt op de Nieuwe Uilenburgerstraat).
- Procedure: Het document laat zien hoe de ambtelijke molen werkte. De brief dient als bewijs van de oproep, terwijl de kantlijnen en de witruimte worden gebruikt om de uitkomst van de gesprekken te noteren. De ambtenaar "Th. de Leer" fungeert hier als de verslaglegger en mogelijk als tussenpersoon. "Vr. Vrij" verwijst waarschijnlijk naar een marktmeester of inspecteur op de werkvloer aan wie de kooplieden verantwoording moesten afleggen. In de jaren dertig hield de gemeente Amsterdam streng toezicht op de hygiëne op de openbare markten. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor het handhaven van de marktverordeningen. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van deze handhaving: het was een proces van waarschuwen, straffen opleggen en vervolgens onderhandelen over gedragsverbetering om sancties te voorkomen.
De datum, maart 1939, plaatst dit document in de laatste periode van relatieve normaliteit voor de Joodse ondernemers in Amsterdam. Een jaar later, na de Duitse inval, zouden deze administratieve relaties met de gemeente drastisch en op tragische wijze veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.