Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 147
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstmemo / Ambtelijk schrijven.

1 mei 1939.

Origineel

Dienstmemo / Ambtelijk schrijven. 1 mei 1939. Den Heer Inspecteur Marktwezen
Dplh. no. 302 J. Rine is reeds twee keer
een intrekking van zijn plaats ten huize
gezonden wegens wanbetaling. In de week
van 24/4 - 29/4 l.l. is hij niet op de markt ver-
schenen, hij is nu weer drie weken marktgeld
verschuldigd. Vanaf Januari l.l. is J. Rine
regelmatig eenige weken achterstallig met
de betaling.
Ik verzoek Rine op te roepen om voor
den Inspecteur te verschijnen, teneinde
hem een allerlaatste waarschuwing te
doen toekomen.
Amsterdam, 1 Mei 1939

[In de marge links:]
oproepen
3-5-39
p 10/5 '39

[Onderaan rechts:]
deze zal betalen
10-5-39 [onleesbare handtekening] Het document is een interne rapportage gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. De schrijver rapporteert over de aanhoudende betalingsproblemen van marktkoopman J. Rine, geregistreerd onder nummer 302 (mogelijk als "Dagplaatshouder"). Uit de tekst blijkt dat er al tweemaal eerder een officiële aanzegging tot intrekking van de standplaats naar zijn huisadres is gestuurd. De koopman is recentelijk een week niet komen opdagen en heeft een achterstand van drie weken marktgeld opgebouwd, een patroon dat al sinds januari 1939 aanhoudt.

De voorgestelde maatregel is een persoonlijke ontbieding voor een "allerlaatste waarschuwing". Uit de handgeschreven aantekeningen in de kantlijn en onderaan blijkt dat de bureaucratische molen snel draaide: op 3 mei werd hij opgeroepen en op 10 mei werd genoteerd dat hij de schuld zou gaan voldoen. Dit document biedt een inkijkje in het strakke Amsterdamse marktbeheer aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het Marktwezen was een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente en de regels voor het behoud van een standplaats waren streng. Het gebruik van termen als "l.l." (laatstleden) en de formele hiërarchische toon zijn typerend voor de vooroorlogse ambtelijke taal. De casus J. Rine toont aan dat de inspectie probeerde met waarschuwingen de betaling af te dwingen voordat men overging tot definitieve uitsluiting van de markt.

Samenvatting

Het document is een interne rapportage gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. De schrijver rapporteert over de aanhoudende betalingsproblemen van marktkoopman J. Rine, geregistreerd onder nummer 302 (mogelijk als "Dagplaatshouder"). Uit de tekst blijkt dat er al tweemaal eerder een officiële aanzegging tot intrekking van de standplaats naar zijn huisadres is gestuurd. De koopman is recentelijk een week niet komen opdagen en heeft een achterstand van drie weken marktgeld opgebouwd, een patroon dat al sinds januari 1939 aanhoudt.

De voorgestelde maatregel is een persoonlijke ontbieding voor een "allerlaatste waarschuwing". Uit de handgeschreven aantekeningen in de kantlijn en onderaan blijkt dat de bureaucratische molen snel draaide: op 3 mei werd hij opgeroepen en op 10 mei werd genoteerd dat hij de schuld zou gaan voldoen.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het strakke Amsterdamse marktbeheer aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het Marktwezen was een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente en de regels voor het behoud van een standplaats waren streng. Het gebruik van termen als "l.l." (laatstleden) en de formele hiërarchische toon zijn typerend voor de vooroorlogse ambtelijke taal. De casus J. Rine toont aan dat de inspectie probeerde met waarschuwingen de betaling af te dwingen voordat men overging tot definitieve uitsluiting van de markt.

Locaties

Amsterdam.