Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 153
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / interne dienstmededeling.

27 mei 1939 (met een naderhand toegevoegde kanttekening van 1 juni 1939).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / interne dienstmededeling. 27 mei 1939 (met een naderhand toegevoegde kanttekening van 1 juni 1939). Depêch. 372 R. Romminger wiens
plaats ingaande 1 Mei l.l. wegens wanbe-
taling is ingetrokken is nog steeds in
gebreke gebleven het verlichtingsmate-
riaal in te leveren. Verzoeke hem op te
roepen om voor den Inspecteur te
verschijnen

A'dam 27-5 '39
[Signatuur: Huy]

Hr. Engelen
nogmaals naar
Romminger gaan,
kunt U het snoer niet
meekrijgen?
1/6 '39 Het document is een zakelijke correspondentie over een administratief verzuim. De kern van de zaak is dat de heer R. Romminger zijn toegewezen "plaats" (waarschijnlijk een marktplaats of standplaats) is kwijtgeraakt per 1 mei 1939 vanwege wanbetaling.

Ondanks het intrekken van de vergunning heeft Romminger het gehuurde of geleende "verlichtingsmateriaal" niet geretourneerd. De schrijver van de notitie sommeert dat Romminger moet verschijnen voor "den Inspecteur".

Onderaan is een informelere instructie toegevoegd aan een zekere heer Engelen, gedateerd op 1 juni 1939. Hieruit blijkt een pragmatische aanpak: Engelen krijgt de opdracht nogmaals langs te gaan met de specifieke vraag of hij tenminste "het snoer" direct kan meenemen. Dit suggereert dat Engelen een uitvoerend ambtenaar of marktmeester was. Dit document stamt uit mei/juni 1939, een periode waarin de bureaucratie in Amsterdam (A'dam) strak georganiseerd was, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "plaats" in combinatie met "verlichtingsmateriaal" wijst zeer waarschijnlijk op de ambulante handel. Op Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) werd de verlichting vaak centraal geregeld of verhuurd door de gemeente.

Het taalgebruik is kenmerkend voor de vooroorlogse ambtelijke stijl ("in gebreke gebleven", "verzoeke hem", "den Inspecteur"). De archivistische waarde ligt in het inzicht dat het geeft in de handhaving van marktreglementen en de invordering van gemeentelijke eigendommen in die tijd. R. Romminger

Samenvatting

Het document is een zakelijke correspondentie over een administratief verzuim. De kern van de zaak is dat de heer R. Romminger zijn toegewezen "plaats" (waarschijnlijk een marktplaats of standplaats) is kwijtgeraakt per 1 mei 1939 vanwege wanbetaling.

Ondanks het intrekken van de vergunning heeft Romminger het gehuurde of geleende "verlichtingsmateriaal" niet geretourneerd. De schrijver van de notitie sommeert dat Romminger moet verschijnen voor "den Inspecteur".

Onderaan is een informelere instructie toegevoegd aan een zekere heer Engelen, gedateerd op 1 juni 1939. Hieruit blijkt een pragmatische aanpak: Engelen krijgt de opdracht nogmaals langs te gaan met de specifieke vraag of hij tenminste "het snoer" direct kan meenemen. Dit suggereert dat Engelen een uitvoerend ambtenaar of marktmeester was.

Historische Context

Dit document stamt uit mei/juni 1939, een periode waarin de bureaucratie in Amsterdam (A'dam) strak georganiseerd was, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "plaats" in combinatie met "verlichtingsmateriaal" wijst zeer waarschijnlijk op de ambulante handel. Op Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) werd de verlichting vaak centraal geregeld of verhuurd door de gemeente.

Het taalgebruik is kenmerkend voor de vooroorlogse ambtelijke stijl ("in gebreke gebleven", "verzoeke hem", "den Inspecteur"). De archivistische waarde ligt in het inzicht dat het geeft in de handhaving van marktreglementen en de invordering van gemeentelijke eigendommen in die tijd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt Dappermarkt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen