Archiefdocument
Origineel
7 juni 1939 De Directeur (vermoedelijk van de afdeling Markten of het Marktwezen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) extra [handgeschreven]
VP/HG.
27/52/2 M.
1
7 Juni 1939.
Betaling van marktgeld
door J.van Dijk.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 30
Mei jl. om advies ontvangen stuk No.443 L.M.1939 heb ik de eer
U te berichten, dat adressant een vaste plaats bezet op de
markt Ten Katestraat. Hij heeft volledige ondersteuning van het
Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun ontvangen
van Zaterdag 11 Februari tot en met Vrijdag 19 Mei jl. Krach-
tens besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 18 Juni 1937
(No.444 L.M.1937) gaat de vrijstelling van betaling van markt-
geld, op grond van het ontvangen van ondersteuning, in bij den
aanvang der kalenderweek, waarin de reden tot vrijstelling ont-
staat en eindigt zij bij den aanvang van de kalenderweek,
waarin deze reden ophoudt te bestaan. De adressant werd der-
halve van betaling van marktgeld vrijgesteld voor de week van
5 tot en met 11 Februari 1939; daarentegen moet hij over de
week van 14 tot en met 20 Mei het marktgeld betalen. Hij kwam
echter eerst in de week van 21 tot 27 Mei op de markt, wes-
halve hij toen terecht voor twee weken marktgeld werd belast.
De Directeur, De brief is een ambtelijk advies aan de wethouder betreffende een geschil over de betaling van marktgeld door een marktkoopman genaamd J. van Dijk, die een standplaats had op de Ten Katemarkt in Amsterdam.
De kern van de kwestie is de interpretatie van de regels rondom vrijstelling van marktgeld voor burgers die "maatschappelijke steun" (een vroege vorm van bijstand) ontvingen. Volgens een besluit uit 1937 was iemand die steun ontving vrijgesteld van marktgeld. De directeur legt uit dat deze vrijstelling strikt per kalenderweek wordt berekend:
1. Ingangsdatum: De vrijstelling begint aan de start van de week waarin de steun begint.
2. Einddatum: De vrijstelling eindigt aan de start van de week waarin de steun stopt.
In het geval van Van Dijk stopte de steun op vrijdag 19 mei. Omdat de vrijstelling eindigt bij de aanvang van die week (zondag 14 mei), was hij over die gehele week weer marktgeld verschuldigd. Omdat hij pas de week daarna (21-27 mei) daadwerkelijk weer op de markt verscheen, werden hem twee weken tegelijk in rekening gebracht. De directeur concludeert dat de heffing "terecht" is uitgevoerd volgens de vigerende regels. Dit document biedt een waardevol inkijkje in de Amsterdamse sociale en economische geschiedenis aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het toont de nauwe verwevenheid tussen verschillende gemeentelijke diensten: het Bureau voor Maatschappelijken Steun en de marktadministratie.
De Ten Katestraat, gelegen in Amsterdam-West (de Kinkerbuurt), was en is een van de drukkere dagmarkten van de stad. Het document illustreert hoe bureaucratisch en nauwgezet de regels voor arme marktkooplieden werden toegepast. Zelfs een beëindiging van steun op een vrijdag leidde ertoe dat de betalingsverplichting voor de gehele voorafgaande week met terugwerkende kracht herleefde. Het weerspiegelt de toenmalige tijdgeest waarin sociale steun streng werd gereguleerd en elke vorm van gemeentelijke inkomsten (zoals marktgeld) strikt werd gehandhaafd.