Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 202
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke notitie/adviesbrief.

13 juni 1939. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter van de markten (ondertekend door 'Rijzerman'). Aan: De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke notitie/adviesbrief. 13 juni 1939. Waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter van de markten (ondertekend door 'Rijzerman'). De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. № 27/51/ № 8/6 Amsterdam 13 Juni 39

Aan den Heer Inspecteur v/h
Marktwezen

№ 71

Het verzoek tot assistentie van plaatshouder
B Hofman kan volgens mij wel worden toegestaan
maar dan hem te berichten dat hij uitdrukkelijk persoon-
lijk bij zijn stal moet zijn en onder geen voorwaarden
de assistent alleen bij de stal mag zijn, wat betreft
het compagnonschap zie ik, gezien de omstandigheden
waarin bovengenoemde in verkeert geen verkoop van
plaats als zoodanig

Rijzerman * Onderwerp: Een verzoek van een marktkraamhouder (plaatshouder), genaamd B. Hofman, voor het mogen aanstellen van een assistent en mogelijk het aangaan van een compagnonschap.
* Besluitvorming: De schrijver adviseert positief over het verzoek om assistentie, maar stelt hieraan zeer strenge voorwaarden. De plaatshouder moet te allen tijde zelf aanwezig zijn; de assistent mag de kraam nooit alleen bemensen.
* Afwijzing compagnonschap: Het verzoek tot compagnonschap (vennootschap) wordt in feite afgewezen of als irrelevant beschouwd voor de status van de staanplaats. De schrijver benadrukt dat er geen sprake kan zijn van een "verkoop van plaats als zoodanig". Dit wijst erop dat marktplaatsen destijds strikt persoonsgebonden waren en niet als handelswaar overgedragen mochten worden.
* Stijl: Formeel-ambtelijk Nederlands met de destijds gangbare spelling (bijv. "zoodanig", "den Heer"). Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In Amsterdam was het Marktwezen een streng gereguleerde tak van de gemeentelijke overheid. Plaatshouders kregen persoonlijke vergunningen voor specifieke locaties op de markten (zoals de Albert Cuyp of het Waterlooplein).

De strikte eis van persoonlijke aanwezigheid was bedoeld om 'tussenhandel' in vergunningen en het fenomeen van 'slapende' plaatshouders die hun plek onderverhuurden tegen te gaan. De notitie over het compagnonschap suggereert dat Hofman wellicht probeerde een constructie op te zetten om zijn rechten op de plek te delen of over te dragen, wat door de inspectie werd geblokkeerd om de integriteit van het vergunningenstelsel te bewaren.

Samenvatting

  • Onderwerp: Een verzoek van een marktkraamhouder (plaatshouder), genaamd B. Hofman, voor het mogen aanstellen van een assistent en mogelijk het aangaan van een compagnonschap.
  • Besluitvorming: De schrijver adviseert positief over het verzoek om assistentie, maar stelt hieraan zeer strenge voorwaarden. De plaatshouder moet te allen tijde zelf aanwezig zijn; de assistent mag de kraam nooit alleen bemensen.
  • Afwijzing compagnonschap: Het verzoek tot compagnonschap (vennootschap) wordt in feite afgewezen of als irrelevant beschouwd voor de status van de staanplaats. De schrijver benadrukt dat er geen sprake kan zijn van een "verkoop van plaats als zoodanig". Dit wijst erop dat marktplaatsen destijds strikt persoonsgebonden waren en niet als handelswaar overgedragen mochten worden.
  • Stijl: Formeel-ambtelijk Nederlands met de destijds gangbare spelling (bijv. "zoodanig", "den Heer").

Historische Context

Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In Amsterdam was het Marktwezen een streng gereguleerde tak van de gemeentelijke overheid. Plaatshouders kregen persoonlijke vergunningen voor specifieke locaties op de markten (zoals de Albert Cuyp of het Waterlooplein).

De strikte eis van persoonlijke aanwezigheid was bedoeld om 'tussenhandel' in vergunningen en het fenomeen van 'slapende' plaatshouders die hun plek onderverhuurden tegen te gaan. De notitie over het compagnonschap suggereert dat Hofman wellicht probeerde een constructie op te zetten om zijn rechten op de plek te delen of over te dragen, wat door de inspectie werd geblokkeerd om de integriteit van het vergunningenstelsel te bewaren.

Locaties

Amsterdam.