Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 204
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).

29 juli 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwesen, Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 29 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwesen, Amsterdam). 27/55/2 M [handgeschreven: Verzonden 29/7] [handgeschreven: m. de Boer?]
VP/G.

29 Juli 1939.

den Heer B.Hofman,
De la Reystraat 11,
Amsterdam-Oost.
Wyk 20.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 Juni jl. be-
richt ik U, dat U niet kan worden toegestaan om op Uw
plaatsen op de markten Ten Katestraat en Westerstraat Uw
compagnon als assistent te mogen hebben. Uw desbetreffend
verzoek moet mitsdien worden afgewezen.

De Directeur, Deze brief is een formeel ambtelijk schrijven gericht aan een markthandelaar, de heer B. Hofman. De kern van de brief is een afwijzing: het verzoek van Hofman om zijn zakelijke partner ("compagnon") als assistent te laten optreden op zijn vaste marktplaatsen, wordt niet gehonoreerd.

De tekst is kort, zakelijk en beslist. Het gebruik van woorden als "mitsdien" en de formele aanspreekvormen zijn typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief bevat diverse administratieve kenmerken, zoals dossiernummers en een handgeschreven aantekening over de verzenddatum, wat wijst op een kopie die voor het eigen archief van de betreffende dienst is bewaard. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd door de gemeente. De Ten Katestraat (in Oud-West) en de Westerstraat (in de Jordaan) waren, en zijn nog steeds, belangrijke locaties voor dagmarkten.

De weigering om een compagnon als assistent toe te laten, hangt waarschijnlijk samen met de strikte persoonlijke gebondenheid van marktvergunningen in die tijd. Vergunningen waren strikt op naam gesteld om onderverhuur of ongeoorloofde handel te voorkomen. De adressering aan "Wyk 20" verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam-Oost (de Transvaalbuurt). Dit soort documenten biedt een waardevol inkijkje in de bureaucratische realiteit waar kleine zelfstandigen in de jaren dertig mee te maken hadden.

Samenvatting

Deze brief is een formeel ambtelijk schrijven gericht aan een markthandelaar, de heer B. Hofman. De kern van de brief is een afwijzing: het verzoek van Hofman om zijn zakelijke partner ("compagnon") als assistent te laten optreden op zijn vaste marktplaatsen, wordt niet gehonoreerd.

De tekst is kort, zakelijk en beslist. Het gebruik van woorden als "mitsdien" en de formele aanspreekvormen zijn typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief bevat diverse administratieve kenmerken, zoals dossiernummers en een handgeschreven aantekening over de verzenddatum, wat wijst op een kopie die voor het eigen archief van de betreffende dienst is bewaard.

Historische Context

Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd door de gemeente. De Ten Katestraat (in Oud-West) en de Westerstraat (in de Jordaan) waren, en zijn nog steeds, belangrijke locaties voor dagmarkten.

De weigering om een compagnon als assistent toe te laten, hangt waarschijnlijk samen met de strikte persoonlijke gebondenheid van marktvergunningen in die tijd. Vergunningen waren strikt op naam gesteld om onderverhuur of ongeoorloofde handel te voorkomen. De adressering aan "Wyk 20" verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam-Oost (de Transvaalbuurt). Dit soort documenten biedt een waardevol inkijkje in de bureaucratische realiteit waar kleine zelfstandigen in de jaren dertig mee te maken hadden.