Ambtelijk advies/rapport betreffende marktvergunningen.
Origineel
Ambtelijk advies/rapport betreffende marktvergunningen. 25 juli 1939. 27/64/1
Adressant, Betunes Nos Noordveld heeft sinds
10/5 '39 een voorkeurskaart en heeft tot heden
25/7 '39, dat zijn dus ± 65 marktdagen, slechts 4
keeren een plaats ingenomen: Do 11/5; Vrij 12/5; Di 16/5 en Di 6/6;
na 6/6 is hij niet geweest, terwijl hem in Juni een waarschu-
wing is gezonden. Hij wil nu blijkbaar trachten een
nieuwe situatie op de markt te creëeren en speculeert
dat wanneer over eenigen tijd een aantal plaatshouders
in steun gaan, hij dan een losse plaats kan bemachti-
gen, op zijn voorkeurskaart 307 terwijl zij die wel komen
daardoor in hun rechten zouden te kort gedaan.
Voor de goede orde bij plaatsaanwijzing van losse
dagplaatsen, geef ik ernstig in overweging dit verzoek
niet in te willigen. Overeenkomstig de desbetreffende
voorschriften stel ik voor de voorkeurskaart in te
trekken.
Amsterdam 25/7 '39 [Handtekening, mogelijk 'Kuy'] In dit document adviseert een Amsterdamse marktfunctionaris over de status van de "voorkeurskaart" (een bewijs dat voorrang geeft bij het toewijzen van staanplaatsen) van de heer Noordveld.
De kern van de zaak is dat Noordveld zijn kaart nauwelijks gebruikt: in een periode van 65 marktdagen is hij slechts vier keer verschenen, ondanks een officiële waarschuwing in juni. De ambtenaar vermoedt kwade trouw en strategisch gedrag ("speculatie"). Noordveld zou wachten tot andere vaste marktkooplieden "in de steun" (de werkloosheidsvoorziening van die tijd) terechtkomen, om vervolgens met zijn ongebruikte voorkeursrecht een gunstige losse plek op te eisen.
De schrijver stelt dat dit onrechtvaardig is tegenover de kooplieden die wel trouw elke dag verschijnen. Het advies is dan ook streng: het verzoek van Noordveld moet worden afgewezen en zijn voorkeurskaart moet volledig worden ingetrokken op basis van de geldende marktvoorschriften. Het document dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde nog in de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. Dit verklaart de opmerking over plaatshouders die "in steun gaan"; armoede en werkloosheid dwongen veel marktkooplieden hun nering op te geven.
De markt was in die tijd streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam. Voorkeursrechten waren essentieel voor het levensonderhoud van handelaren. Dit document geeft een inkijkje in de bureaucratische controle op het eerlijk naleven van de marktregels en de spanningen tussen actieve en minder actieve handelaren in een tijd van economische schaarste. Gemeente Amsterdam