Ambtelijke rapportage / brief.
Origineel
Ambtelijke rapportage / brief. 19 augustus 1939. Een functionaris van de Dienst Marktwezen (ondergetekende). [Marge links, diagonaal geschreven:]
adres:
Albertk. 61
[Hoofdtekst:]
Den Heer Inspecteur Marktwezen
De pek no 19 W. v. d. Berg is door ons
herhaaldelijk gewaarschuwd dat hij zich
zonder toestemming niet mocht laten
assisteeren. Zaterdagmorgen heeft ondergetee-
kende en ’s middags heeft de heer Ruijgvoord
evenwel geconstateerd dat hij zich liet assisteeren.
Aangezien v/d Berg een redelijk mensch
is die overigens geen moeilijkheden veroorzaakt,
vermeen ik dat het gewenschte resultaat is te
bereiken met hem voorwaardelijk te straffen.
Amsterdam 19 Aug ’39
[Handtekening/Paraaf]
[Stempel onderaan:]
N° 4/88 / M. 1939 23/8 Het document is een interne rapportage over een overtreding van de marktvoorschriften. De handelaar, W. v.d. Berg (vermoedelijk gevestigd op de Albert Cuypstraat 61, gezien de kantlijnnotitie), heeft de regels overtreden door zich zonder officiële toestemming te laten helpen ("assisteeren") bij zijn marktkraam (plek no. 19).
Opmerkelijk is de mildheid van de rapporteur. Ondanks dat de overtreding herhaaldelijk is vastgesteld (zowel in de ochtend als de middag door verschillende functionarissen), wordt de handelaar omschreven als een "redelijk mensch" die normaal geen problemen veroorzaakt. Hierom wordt een voorwaardelijke straf geadviseerd in plaats van een directe sanctie zoals een boete of intrekking van de vergunning.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("vermeen ik", "geconstateerd"), typerend voor de vroege 20e eeuw. De term "pek no 19" verwijst waarschijnlijk naar het standplaatsnummer of pachtnummer. Dit document stamt uit de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. De Dienst Marktwezen hield nauwgezet toezicht op wie er achter de kramen stond. Het verbod op onvergunde assistentie was bedoeld om illegale onderverhuur of zwartwerk te voorkomen en te garanderen dat de vergunninghouder persoonlijk aanwezig was.
De verwijzing naar "Albertk. 61" duidt vrijwel zeker op de Albert Cuypmarkt, die destijds (en nu nog steeds) een van de belangrijkste markten van de stad was. De administratieve afhandeling (met stempel en nummering) toont de bureaucratische zorgvuldigheid van de gemeentelijke diensten in het interbellum.