Organogram / Schematische weergave van een organisatiestructuur.
Origineel
Organogram / Schematische weergave van een organisatiestructuur. De hiërarchie is van boven naar beneden weergegeven:
Topniveau:
* Raad voor het Bedrijfsleven
Eerste niveau (Hoofdbedrijfsgroepen/schappen):
* HA
* HI [geannoteerd met rood kruisje]
* HB
* HVz
* HH [geannoteerd met rood kruisje]
* HVk
Tweede niveau (Bedrijfsgroepen - B):
* Onder HI: B₁
* Onder HH: B₂ [geannoteerd met rood kruisje], B₃, B₄
* Onder HVk: B₅
Derde niveau (Tussenlaag / Vakgroepen - V):
* Onder B₁: V₁
* Onder B₂: OBV (verbonden met rode lijn naar V₂)
* Onder V₂ (via OBV): V₂
* Onder B₃: V₃
* Onder B₄: V₄
Vierde niveau (Ondervakgroepen - O.V.):
* Onder V₁: O.V.1, O.V.2
* Onder V₂: O.V.3, O.V.4, O.V.5 [geannoteerd met rood kruisje], O.V.6
* Onder V₄: O.V.7, O.V.8
Vijfde niveau (Genummerde eenheden/secties):
* Onder O.V.3: 1, 2, 3, 4, 5
* Onder O.V.4: 6, 7, 8, 9
* Onder O.V.6: 10, 11, 12, 13, 14
* Onder O.V.7: 15, 16 Het schema brengt de complexe, piramidale structuur in kaart van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. De afkortingen verwijzen naar de verschillende sectoren:
* HA: Hoofdbedrijfschap voor de Akkerbouw (of Ambacht)
* HI: Hoofdbedrijfschap voor de Industrie
* HB: Hoofdbedrijfschap voor de Bouwnijverheid
* HVz: Hoofdbedrijfschap voor het Verzekeringswezen
* HH: Hoofdbedrijfschap voor de Handel
* HVk: Hoofdbedrijfschap voor het Verkeer
De structuur verloor aan transparantie door de toevoeging van sub-lagen zoals B (Bedrijfsgroepen), V (Vakgroepen) en O.V. (Ondervakgroepen). De onderste laag met nummers (1 t/m 16) representeert waarschijnlijk specifieke beroeps- of productgroepen. De rode markeringen duiden mogelijk op wijzigingen, knelpunten of prioriteiten binnen de organisatie tijdens een evaluatiemoment. Dit document is een representatie van de zogenaamde 'Organisatie-Woltersom'. Na de Duitse inval in 1940 werd het Nederlandse bedrijfsleven gereorganiseerd naar corporatistisch model (het 'Wegener-stelsel'), onder leiding van H.L. Woltersom. De 'Raad voor het Bedrijfsleven' fungeerde hierbij als het centrale coördinerende orgaan.
Dit systeem verving de vrije vakorganisaties en streefde naar een totale controle over de economie ten behoeve van de oorlogsproductie. Hoewel het systeem na de oorlog formeel werd ontbonden, vormde de structuur van hoofd- en bedrijfsschappen deels de basis voor de latere Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO) uit 1950. De specifieke hiërarchie in dit schema laat zien hoe fijnmazig de controle over individuele bedrijven en sectoren was opgezet. H.L. Woltersom