Archiefdocument
Origineel
18 t/m 21 augustus 1939 (Bovenaan de pagina in potlood en inkt:)
Vrij alsnog hooren! JHS
No 27/91/M. 1939
p 23/8
Koomen oproepen HD 21/8 '39
In Katern 15/7
Aan den Inspecteur Marktwezen.
(Hoofdtekst:)
Vrijdag 18 Aug. was de plh. 24 E Komen geruimen tijd niet bij zijn stal en liet hij zich vervangen door een assistent. Desgevraagd verklaarde deze dat Komen met de wagen weg was. Ik heb toen opgemerkt dat de assistent niet mocht vervangen en dat hij zijn baas dat moest mededeelen en hem moest helpen herinneren aan het schrijven betreffende, dat hij na 1 Sept. zich door één persoon, inplaats van door twee mag laten bijstaan. Zaterdagmorgen 19 Aug. heeft de plh. 30 W Jossen en de winkelier J.O. Jansen een klacht ingediend dat door een assistent van Komen een hoopje modder in de doorloop is geveegd waardoor de ingang tot den winkel werd belemmerd. In bijzijn van Jossen en Jansen kon de assistent echter niet ontkennen, waarna hij na eenig aanhouden bedoeld vuil uit de loop, onder zijn eigen stal heeft geveegd; de plh. Komen was ook toen niet bij zijn stal.
Omstreeks half één wilde ik Komen hierover gemoedelijk onderhouden, doch helaas kreeg ik daarvoor geen gelegenheid. In bijzijn van eenig publiek insinueerde hij en deed voorkomen dat ik hem zocht. Op heftige wijze heeft hij mij ongeveer het navolgende toegevoegd: „Jij hebt mijn personeel een bespotting gemaakt, daarvoor heb je het recht niet. Zij hebben er niets mee te maken waar ik ben, dan moet je wachten dat ik aanwezig ben. Als ik mijn vrouw naar het gasthuis moet brengen dan zal ik dat aan niemand vragen”, terwijl hij liet doorschemeren dat ik er niets mee te maken heb waar hij zich bevindt. Door het lawaai wat Komen maakte, zei Vrij: ik praat niet langer met jou; ik zal zorgen, dat je 2 dagen wordt gestraft!
(Marginale notities linkerzijde:)
[1] was spoedopname vrouw i.v.m. bevalling
[2] vuil was s'morgens op plaats al aanwezig gebeurt wel meer. Wordt dan in doorloop geveegd en door S R om 10.30 weggeruimd.
[3] opr Vrij begon met '1/2 u afgeloopen. Dat gaat zoo niet langer' Het document betreft een intern verslag van een incident op een niet nader genoemde markt (vermoedelijk Amsterdam of Rotterdam, gezien de functie "Inspecteur Marktwezen"). De kern van de zaak is een tweeledig conflict: enerzijds een overtreding van de marktvoorschriften (afwezigheid en onreglementaire vervanging) en anderzijds een verstoring van de openbare orde door een emotionele confrontatie tussen standplaatshouder Komen en inspecteur Vrij.
De taal is formeel-ambtelijk in de hoofdtekst, maar de citaten van Komen geven een rauw beeld van de spanningen op de werkvloer. Interessant is de wisselwerking tussen de officiële rapportage en de latere kanttekeningen. Terwijl de inspecteur focust op de regels en de "heftige wijze" van spreken, bieden de kanttekeningen verzachtende omstandigheden: de vrouw van de marktkoopman moest met spoed naar het ziekenhuis voor een bevalling, en het "vuil" waarover geklaagd werd zou een vaker voorkomend probleem van de Stadsreiniging (SR) zijn. Het jaar 1939 was een periode van grote maatschappelijke spanning, maar op lokaal niveau draaide het dagelijks leven om strikte handhaving van reglementen. De marktmeester of inspecteur had een autoritaire rol. In deze casus zien we de botsing tussen de onverbiddelijke handhaving van bureaucratische regels (zoals de nieuwe regel per 1 september over het aantal assistenten) en de menselijke realiteit van een noodsituatie in de privésfeer. De dreiging van "2 dagen straf" (waarschijnlijk een ontzegging van de marktplaats) was een zware sanctie die direct het inkomen van de marktkoopman trof. De aantekening "Vrij alsnog hooren!" wijst op een hoor-en-wederhoor proces onder leiding van een hogere ambtenaar alvorens de straf definitief werd opgelegd.